Walfriedgemeenschap

Nieuws

Overweging 3 september 2017

door | 13 september 2017 | Archief 2017 |

Overweging, gehouden op 3 september 2017, in de Emmauskerk,
door pastor Hilda van Schalkwijk,
t.g.v. het opheffen van de VVKL

Eerste lezing: Naar Prediker (hfdst. 3)
Evangelielezing: Matth. 16:21-27

In de eerste lezing hoorden we:
‘Er is een tijd om vooroordelen af te breken
en een eind te maken aan wantrouwen en achterdocht.
Er is een tijd om bruggen te bouwen
en te werken aan wederzijds begrip.’

In de tijd dat Lewenborg gebouwd werd, hebben mensen uit verschillende kerken ervoor gekozen om samen één kerkgebouw neer te zetten: de Emmauskerk. Het was een tijd waarin mensen de vooroordelen die er over en weer waren, achter zich wilden laten. Men wilde samenwerken. Men wilde bruggen bouwen en werken aan wederzijds begrip. Het was een tijd waarin de oecumene mensen enthousiast maakte. Het samenwerken over de grenzen van de verschillende kerken heen, bracht leven en levendigheid in de kerk.
Er zijn sindsdien vele jaren voorbij gegaan en de oecumene heeft goede en minder goede tijden gekend, hoogtepunten en dieptepunten. Samenwerken kan mooi en verrijkend zijn, maar is soms ook lastig, want ieder is toch wel erg gehecht aan eigen tradities en eigen gewoontes, aan eigen ideeën over wat geloof en kerk is en zou moeten zijn. Soms hielden we toch wel erg vast aan ons eigen gelijk.

Gaan we nu naar het Evangelie van vandaag. Daarin zegt Jezus tot Petrus: ‘Weg daar, achter Mij, satan! Je bent een struikelblok voor Mij, want jouw gedachten zijn niet Gods gedachten.’ Dat zijn harde woorden en dat terwijl Jezus kort daarvoor nog zo lovend over Petrus had gesproken. ‘Waarom moet dat nu zo?’ denk je dan.
Mattheus, de schrijver van het Evangelie, wil zijn lezers duidelijk maken wie Jezus is. Vandaar die vraag van Jezus: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’ en vervolgens: ‘Wie zeggen jullie dat Ik ben?’ Het is Petrus, altijd snel reagerend, impulsief, die dadelijk zegt: ‘U bent de Messias, de Zoon van de Levende God!’ Dan spreekt Jezus die woorden die een ongekende invloed hebben gehad in de geschiedenis en die ook te lezen zijn in de koepel van de Sint Pieter: ‘Jij bent Petrus, op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen. Ik zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen. Gelukkig ben jij, Simon Barjona, het zijn geen mensen die jou dit hebben geopenbaard, maar God in de hemel.’
Dat was nog maar een paar dagen geleden en nu die scherpe terechtwijzing: ‘Ga weg, achter mij, Satan!’ alleen maar omdat Petrus Jezus wilde waarschuwen. Jezus had gezegd dat hij naar Jeruzalem wilde gaan en veel moest lijden, maar Petrus probeerde hem daarvan te weerhouden. ‘Dat mag u niet overkomen, Heer!’, zo zei hij. Niemand is onfeilbaar…

Het kan ons, net als Petrus, overkomen dat wij het ene moment zien wie Jezus werkelijk is, wat zijn boodschap is, en een volgend moment begrijpen we Hem verkeerd en volgen we onze eigen gedachten, onze eigen behoeftes i.p.v. Hem te volgen op de weg die Hij gaat.
Zoals Petrus niet altijd Jezus goed begreep, zo is dat ook met de kerken. In het verleden hebben de kerken vaak gemeend dat zíj de ware kerk waren, dat zíj Jezus en zijn boodschap het beste hadden begrepen. Dit verhaal zegt ons: denk niet te snel dat je het wel weet hoe het zit, denk niet te snel dat je gelijk hebt. Dit verhaal relativeert ons kennen, ons begrip.
Die vraag die Mattheus ons voorlegt – wie is Jezus? – is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Ja, hij is de Messias, maar hij is wel een ander soort Messias dan de mensen toen verwachtten. Hij is niet degene die de vijanden van Israël met geweld zal verjagen. Hij is niet degene die Israël vrede en welvaart zal brengen. In onze tijd zijn er christenen die geloven dat Jezus degene is die hen succesvol zal maken, die hen ook financieel voorspoed zal brengen. Het lijkt me niet te rijmen met wat Jezus verder zegt in het Evangelie van vandaag.
Om te begrijpen wie Jezus is, welke wereld hij voor ogen heeft, moeten de kerken, moeten wíj niet menen dat wij de waarheid in pacht hebben, moeten wij niet denken dat wij bij voorbaat het gelijk aan onze kant hebben. Als kerken hebben wij elkaar nodig om van elkaar te leren, ook al schuurt het soms. Wij hebben elkaar nodig om van de ander te horen: ‘Waarom doen jullie het zo? Waarom zien jullie dat anders?’ We hebben elkaar nodig om te blijven gaan in het spoor van Jezus Messias.

Mattheus maakt duidelijk dat het niet gemakkelijk is om Jezus te volgen. Hij schrijft zijn Evangelie voor de mensen van zijn gemeente. Ze kozen voor een moeilijke weg door christen te worden. Ze konden daarvoor worden aangeklaagd en voor het gerecht gebracht. Ze waren al gauw verdacht in de ogen van de Romeinse overheid omdat ze volgelingen waren van iemand die geëindigd was aan het kruis, een straf voor weggelopen slaven en opstandelingen. Hun leven kon gevaar lopen.
In onze tijd zijn er nog heel wat christenen die vanwege hun geloof te maken hebben met discriminatie en achterstelling en die soms moeten vrezen voor hun leven.
Hier in Europa lopen onze levens geen gevaar. Toch zijn die woorden ook voor ons van betekenis. Het Griekse woord dat een paar keer voorkomt in de tekst, psyche, kun je nl. vertalen met leven, maar ook met ziel. Dan klinken Jezus’ woorden zo: ‘Wie zijn ziel wil redden, zal deze verliezen, maar wie zijn ziel verliest vanwege Mij, zal deze vinden. Want wat zal het een mens baten als hij de hele wereld wint, maar schade lijdt aan zijn ziel?’

Ziel en leven liggen niet zo ver uit elkaar als op het eerste gezicht lijkt. Toen wij in de voorbereidingsgroep met elkaar spraken over de oecumene hier in Lewenborg, werden herinneringen opgehaald aan die eerste tijd, aan het enthousiasme van toen. Er was openheid naar elkaar. Er waren gespreksgroepen. Dominee Sevenster heeft het boek van Etty Hillesum besproken, zo herinnerde een van ons zich. Er waren gastoudergroepen, jongeren uit de verschillende kerken hadden een vorm van catechese bij gastouders thuis. Er waren landelijke oecumenische dagen waar een groep vanuit de Emmauskerk heen ging. Ook is er hier een landelijke oecumenische dag georganiseerd. Nico ter Linden was een van de sprekers. Er waren gezamenlijke vieringen en op een keer stelde iemand voor samen een viering van Schrift en Tafel te houden. En dat gebeurde gewoon. Er was een sfeer waarin dat kon. Ook vierde men de paascyclus samen. De oecumene leefde!
Over de oecumene nu: de mensen in de voorbereidingsgroep hadden het gevoel – ze zeiden het aarzelend, maar ze zeiden het wel – dat het leven, dat de ziel eruit lijkt. Natuurlijk zijn er de gezamenlijke vieringen op de eerste zondag van de maand, maar, maar..
Leeft de oecumene eigenlijk wel bij de parochianen van de Walfried, bij de gemeenteleden van Damsterboord?

Dat de oecumene niet zo leeft als in het begin, daar zijn wel een aantal redenen voor aan te wijzen.
In de jaren ’70 was oecumene nieuw, verfrissend. Het geloof dat voorheen erg vastlag in bepaalde geloofsopvattingen, in regels en voorschriften, werd dynamischer. Het bleek allemaal niet zo vast te liggen, je kon er ook anders naar kijken. Dat gaf ruimte en was voor veel mensen bevrijdend.
Er waren factoren binnen de VVKL die maakten dat de oecumene soms toch stroef verliep. Soms moesten er prioriteiten worden verlegd. Zo zagen de kleine kerken: de Lutherse, de Doopsgezinde en de Remonstrantse die van harte hadden meegedaan, zich later genoodzaakt uit de VVKL te stappen, omdat ze te weinig mensen hadden om te blijven meedoen.
De Gereformeerden en de Hervormden fuseerden tot de PKN, maar dat proces kostte veel tijd en aandacht. De Walfriedparochie fuseerde met enkele andere parochies en is nu onderdeel van de Hildegardparochie. Op die momenten zijn kerken met zichzelf bezig en kan de oecumene gemakkelijk wat op de achtergrond raken. En ook: sommige voorgangers hadden meer met oecumene dan anderen.
In de katholieke kerk werd het allemaal weer strakker, behoudender. Zolang pastor Ten Dam er nog was, merkten wij dat niet zo, maar toen hij met emeritaat was gegaan, veranderde dat. Soms hoor ik mensen zeggen: ‘Het is mijn kerk niet meer.’ Dat geldt voor katholieken, maar ik hoor het soms ook van protestanten.
Dat maakt het niet gemakkelijk om vertrouwen te houden. Zijn er straks nog mensen die zich willen inzetten voor de oecumene? Vinden mensen het nog de moeite waard? Soms bekruipt je dan het gevoel: heeft de oecumene nog wel toekomst? En vervolgens ook: heeft de kerk nog wel toekomst?

Keren wij terug naar het Evangelie van vandaag, naar die woorden van Jezus: ‘Wie zijn ziel wil redden, zal deze verliezen, wie zijn ziel verliest vanwege Mij, zal deze vinden.’
Als wij krampachtig proberen vast te houden aan de oecumene zoals die was, als wij krampachtig proberen vast te houden aan de kerk zoals die was/is, zal ons dat niet lukken.
Om de woorden uit de eerste lezing aan te halen: er is een tijd om het goede uit onze tradities te koesteren en te bewaren en er is een tijd om wat achterhaald is weg te doen. Achterhaald is misschien niet het goede woord, maar dat wat ons vroeger hielp om te geloven en kerk te zijn, kan in een tijd die veranderd is, ons misschien niet meer helpen. Durven de kerken, durven wij die samen de kerk vormen, deze dingen dan los te laten?

Maar wat dan? Niemand die het weet. Er wordt wel geëxperimenteerd op verschillende plaatsen in het land, hoe je nu kerk kan zijn, maar er is nog niet echt een duidelijk antwoord. Misschien moeten we bij onszelf te rade gaan: wat betekent de oecumene voor u, voor mij? Vinden wij die waardevol? En welke elementen vinden we daarin dan waardevol?
En die vraag brengt ons bij een volgende vraag: wat betekent kerk en geloof voor u, voor mij? Die twee vallen overigens niet samen: kerk en geloof, maar horen ze wat u betreft, wel bij elkaar? Welke elementen zijn voor u zo waardevol dat u ze wil behouden?

In de voorbereidingsgroep werd gezegd: gemeenschap. Een ander zei: mensen willen gezien worden, dat er aandacht is voor mensen, binnen en buiten de kerk. Verwondering werd genoemd, verwondering over een gedicht dat je raakt en bemoedigt, een gesprek dat je verwarmt; de verwondering dat deze wereld er is, dat je dingen maar niet voor vanzelfsprekend aanneemt. Ook vielen er woorden als hoop en vertrouwen; God die onze wereld niet loslaat, die er is, ondanks alles wat gebeurt.
Gemeenschap, verwondering, hoop, vertrouwen, aandacht voor de ander zijn dat de dingen die u belangrijk vindt of houdt de kern van het geloof/van kerkzijn voor u toch iets anders in?

Jezus zegt tot Simon Petrus: ‘Jij bent Petrus, op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen. Ik zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen.’ Misschien is nu de tijd gekomen om wat minder nadruk te leggen op de kerk, maar onze aandacht te verleggen naar het Koninkrijk der hemelen: dwz een wereld waarin recht wordt gedaan aan elke mens, een wereld waarin mensen leven in vrede met elkaar, en met de schepping. Daar hebben we niet alleen de kleine oecumene, tussen de verschillende kerken, bij nodig, maar veel breder: we moeten onze bondgenoten zoeken bij Joden, moslims, Boeddhisten, hindoes en allen die geloven in een barmhartige God. En ook bij mensen die niet geloven, maar wel verlangen naar een wereld van goedheid en vrede.
Hoe dat moet?
Gaandeweg zullen we wegen vinden.
Maar eerst moeten we een antwoord geven op de vraag:
wat betekent geloven voor ons en welke rol speelt Jezus daarin?
Willen wij Hem ook in de toekomst volgen?
Willen wij handen en voeten geven aan ons geloof?