Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging buitenviering 9 juli, over Genesis 1 en Genesis 2

9 juli 2017 | Archief 2017

Eerste lezing: Genesis 2: 5-19
Tweede lezing: Genesis 1: 24 – 2: 4

We hoorden twee verhalen over de het begin; over hoe God de aarde schiep en al wat daarop leeft, hoe Hij de mens en de dieren schiep.
Het zijn heel verschillende verhalen. Genesis 1 vertelt ons hoe God de wereld schept door zijn Woord. Het is poëtisch met een bepaalde cadans door het steeds terugkerende: ‘het werd avond en het werd morgen, de eerste dag; het werd avond en morgen, de tweede dag’ en zo verder. En ook klinkt steeds weer: ‘En God zag dat het goed was’. De taal van dit eerste scheppingsverhaal doet ons beseffen hoe bijzonder de aarde is, hoe waardevol en indrukwekkend.

In het tweede scheppingsverhaal is God heel concreet bezig. Hij schept niet door zijn Woord, maar neemt handenvol aarde en boetseert daarvan de mens. Hij blaast de mens zijn levensadem in de neus en daarmee wordt de mens een levend wezen. God legt een tuin aan, zodat de mens een plek heeft om te leven. Het is de taak van de mens om de tuin te bewerken en te beheren.
Dan boetseert God alle dieren op het land, en alle vogels in de lucht. Later maakt hij kleren van huiden voor de mens en zijn vrouw, zodat ze zich daarmee kunnen kleden. God is heel concreet bezig met zijn schepping, zo laat dit verhaal ons zien.

Waarom twee zulke heel verschillende verhalen? Ze kunnen toch niet allebei waar zijn? Gaat het hier om wat we tegenwoordig alternatieve feiten noemen? Volgens mij bestaan er geen alternatieve feiten, maar wel een verschillende interpretatie, een verschillende beleving van de feiten. De aarde bestaat, dat is een feit. Hoe de aarde is ontstaan, dat weten we niet precies. De wetenschappers ontdekken steeds meer over het ontstaan van de aarde en over de ontwikkeling van het leven op aarde, maar het gebeurt ook met enige regelmaat dat ze hun ‘waarheid’ moeten bijstellen, wanneer er weer een nieuwe vondst is gedaan.

beth

In de tijd waarin de Bijbelverhalen zijn opgeschreven, kon men niet weten hoe de aarde is ontstaan, maar daar gaat het ook niet om. De verhalen zijn bedoeld om te vertellen hoe Israël de aarde, de geschapen werkelijkheid ziet en beleeft.
Het eerste woord van de bijbel is Beresjiet, het Hebreeuwse woord voor ‘in den beginne’. Dat woord begint met de letter beth. Die ziet er zo uit.
De rabbijnen zeggen: zo heeft God de wereld bedoeld: als een huis, een veilige plek om te wonen: grond onder je voeten, een dak boven je hoofd en beschutting in je rug. (In het Hebreeuws lees je van rechts naar links) En vandaaruit kun je via de opening aan de voorkant het huis verlaten en het leven tegemoet gaan.

Dat de aarde bedoeld is als een veilig huis, gold niet alleen voor toen, toen de aarde geschapen werd, maar het is nog steeds Gods bedoeling dat de aarde een veilige plek is voor mensen. Dat is wat Israël gelooft. De scheppingsverhalen gaan dus niet over een eenmalige gebeurtenis in een ver verleden, maar ze zeggen ons dat de schepping (de wereld met al wat daarop leeft: de mensen, de dieren en de planten) God nog steeds ter harte gaat, dat God nog steeds met zijn schepping bezig is en dat Hij haar onderhoudt en in stand houdt. In een gebed uit Zuid-Afrika komt de verbondenheid van God met zijn schepping heel mooi tot uiting:

Moge de God van de parelhoenders
met je samenkomen iedere ochtend.
Moge de God van de processiemieren
je in beweging houden.
Moge de God van de spinnen
patronen van betekenis voor je spinnen.
Moge de God van de mussen
je van alle zorg losfluiten.

Moge de God van de stormwind
je bewaren voor tegenspoed.
Moge de God van de golven
je doen overstromen
met inzicht en wijsheid.
Moge de God van de zeehonden
je vreugde en speelsheid schenken.
Moge de God van de walvissen
je zorgzaam meedragen op zijn rug.

God is niet alleen betrokken op de mens, maar ook op de dieren, op de wind en de golven, op héél de schepping. In het eerste scheppingsverhaal horen we hoe God zag dat het goed was. De schepping kan inderdaad prachtig zijn: de wolkenluchten die steeds weer anders zijn, de kleuren bij zonsopkomst, het geel van een veld vol koolzaad, het graan dat groeit en zoveel meer.

De natuur kan ook angstaanjagend zijn. In Nederland voelen we ons niet echt bedreigd door de krachten van de natuur. In het verleden zijn er wel veel overstromingen geweest, de laatste in 1953 toen het water van de zee, opgestuwd door een noordwesterstorm en springtij, Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden overspoelde en 1800 mensen en een onbekend aantal dieren omkwamen. Daarna zijn echter de Deltawerken gebouwd en kon ons niet zoveel meer gebeuren. Dat is het gevoel van veel mensen in ons land en zo voelde Karin van den Broeke, preses van de Protestantse Kerk in Nederland, dat ook. We weten in Nederland natuurlijk van de klimaatverandering en we merken het ook wel, maar het lijkt ons leven nog niet direct te raken. Karin van den Broeke was op de klimaattop in Parijs en daar hoorde ze verhalen uit andere werelddelen, die haar confronteerden met de ernst van de klimaatverandering. Mensen vertelden vanuit hun eigen ervaringen hoe hun land onleefbaar werd, door de veranderingen van het klimaat. Er komen steeds meer klimaatvluchtelingen a.g.v. overstromingen of juist droogte. En die droogte en het gebrek aan water leiden dan soms weer tot oorlogen.

Dat brengt mij terug bij Genesis 1: en God zag dat het goed was. Edith Bernstein, een joodse rabbijn, zegt daarover: God schept het licht en ziet dat het licht goed is en zo gaat het elke dag: God schept en ziet dat het goed is. Op de zesde dag als God de voltooide wereld ziet met alles wat Hij geschapen heeft, dan ziet Hij dat het goed, ja zeer goed is. ’Het gaat om het geheel,’ zo zegt Edith Bernstein, ‘om de wereld met al wat daarop leeft en van elkaar afhankelijk is. Die onderlinge afhankelijkheid betekent ook verbondenheid. En die wereld van afhankelijkheid en verbondenheid wordt zeer goed genoemd.
De verbondenheid tussen mens en dier vind je ook in het tweede scheppingsverhaal. God boetseert de mens en de dieren, allebei uit aarde. Ze worden allebei van hetzelfde materiaal gemaakt.

In onze tijd worden wij ons er steeds meer van die onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid bewust. Dat wat wij hier doen heeft gevolgen voor mens én dier elders in de wereld. Thandi Soko is een theologe uit Malawi. Ze is getrouwd met Folkert de Jong en woont in Nederland. Ze vertelt over het leven in haar land. Veel mensen leven groen: vlees eten is te duur, elektriciteit is er maar een paar uur per dag en lopen is goedkoper dan een taxi nemen. Zodra een Malawiaan meer geld verdient, gaat hij ook meer consumeren. Hier in Nederland is het trouwens veel moeilijker om groen te leven, merkt Thandi Soko, dan in Malawi. De cultuur hier is gericht op gemak: alles moet snel, efficiënt en goedkoop en vooral voorspelbaar zijn. En dat kost veel. Mensen in Malawi zijn veel meer gewend aan het feit dat dingen plotseling anders kunnen lopen. Maar terwijl het land zich ontwikkelt, hebben ze een grote schat: de keuze voor een duurzame economie is eenvoudiger te maken. Als we niet duurzaam leven, zo zegt Thandi Soko, doen we alsof de aarde onuitputtelijk is, terwijl de klimaatverandering ons iets anders vertelt. ‘Noord en Zuid, arm en rijk delen één aarde,’ zo zegt ze. ‘Wat de rijke doet, raakt de arme, wat in het Noorden van de aarde gebeurt, raakt het Zuiden. God maakte de aarde als één geheel en dus moeten we er zo ook mee omgaan.’

Keren wij terug naar Genesis 1.

God riep: ‘Licht’ en het werd licht.
En God maakte scheiding tussen het licht en het donker.
God noemde het licht: Dag en het donker noemde Hij: nacht.
En God sprak: ‘Er zij een gewelf boven de aarde’
en God scheidde het water dat boven en dat beneden is
en God noemde het gewelf Hemel.
En God sprak: ‘Het water op de aarde vloeie samen
en het droge kome tevoorschijn!’
En het gebeurde zo.
En God noemde het droge: Aarde
en de samengevloeide wateren noemde Hij: Zeeën.

God scheidde licht van donker, het ene water van het andere, hij wijst het water van de zeeën hun grens. God stelt grenzen.
Mensen vinden het moeilijk om grenzen te accepteren en dit is een van de voornaamste redenen van de huidige milieucrisis. Mensen willen altijd méér. De grenzen die bij de schepping gesteld zijn, herinneren ons eraan dat het eerbiedigen en handhaven van grenzen van wezenlijk belang is voor een schone en duurzame wereld.
In het tweede scheppingsverhaal stelt God ook een grens. De mens mag van alle bomen eten, behalve van die ene boom. Als Eva en Adam toch de door God getrokken grens overschrijden, wordt de aarde vervloekt. Ooit was de aarde rijk en gezond was er overal voedsel te vinden. Nu bracht de aarde doorns en distels voort en moesten ze zwoegen in de zonnehitte om graan uit de aarde te laten groeien. Het is een verhaal dat zeer actueel is: als we bepaalde grenzen overschrijden, dan keert de natuur zich tegen ons. Dat besef is er en daarom is er afgesproken op de klimaattop in Parijs dat de temperatuur niet meer dan 2 graden mag stijgen. Om dat ook werkelijkheid te laten worden, moet er nog veel gebeuren. Het is geen opgave van de politici alleen, maar ook van het bedrijfsleven en van ons allen!

Ook wijzelf dienen te werken aan een duurzame wereld. Dat kan op verschillende manieren. Deze keer een voorbeeld van iets kleins dat grote gevolgen heeft. We hoorden Tandhi Soko daarnet zeggen: wat hier gebeurt heeft invloed op wat elders in de wereld gebeurt. Neem nu dit flesje. Veel van dit soort plastic flesjes worden door mensen vaak gedachteloos weggegooid. Die flesjes belanden in de meeste gevallen samen met ander plastic uiteindelijk in zee en vormen daar de beruchte plastic soep. Met een oppervlakte veel groter dan Nederland! Uiteindelijk brokkelt het plastic af en valt het in heel kleine deeltjes uiteen. Vissen eten dit op, de vissen worden gegeten door vogels of andere dieren en zo komt het in de voedselketen terecht. Er wordt nu nagedacht hoe die plastic soep op te ruimen, dat is dringend nodig. Maar het is vooral nodig om te voorkomen dat er plastic in de zee komt. Dat kan door een duurzaam flesje te kopen dat je steeds opnieuw kunt gebruiken en geen flesjes weg te gooien. Aart Vos, doctor in de letteren, heeft het Genootschap van Onbezoldigde Vuilnis-rapers opgericht. Hij ergerde zich zo aan alle rotzooi die hij onderweg zag, dat hij besloot er iets aan te doen en nu loopt hij een paar keer per week met prikstok en vuilniszak en ruimt de rommel van anderen op.
In onze parochie doet Nico Attema hetzelfde: rommel in de berm neemt hij mee om thuis in de container te gooien. Toen ik vorige week zondag aan het fietsen was, zag ik daar dat plastic flesje in de berm en ik moest aan Nico denken, dus stapte ik af, raapte het op om het mee naar huis te nemen.
Misschien kan Nico ook zo’n Genootschap oprichten?! En zullen wij dan allemaal lid worden van dat Genootschap?

Meester Eckhart

Ik had graag nog iets gezegd over de plaats van de mens, over de opdracht die de mens gegeven is en ook over de sabbath, maar dat moet wachten tot een volgende keer.
Alleen nog een woord van meester Eckhart:

‘Als ik genoeg tijd met het kleinste schepsel doorbracht – zelfs met een rups – dan zou ik nooit een preek hoeven voorbereiden. Zo vol van God is elk schepsel.’

Herkent u God in de schepping en in zijn schepselen?
En wat betekent dat voor uw omgang met de natuur?

H. van Schalkwijk