Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging Maria ten Hemelopneming, zondag 13 augustus

13 augustus 2017 | Archief 2017

Eerste lezing: Apocalyps 11:19a; 12: 1-6a, 10ab
Evangelielezing: Lucas 1: 39-56

Komende dinsdag, 15 augustus, is het officieel het feest van Maria ten Hemelopneming. In België is dat een vrije dag en vast in nog meer landen, maar hier niet en zo zal dit feest voor velen ongemerkt voorbijgaan. Niet dat in België iedereen weet waarom het op 15 augustus een vrije dag is…
De leer dat Maria met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen is pas de vorige eeuw tot dogma verklaard. Dogma’s worden gewoonlijk door concilies vastgesteld, dus door de bisschoppen gezamenlijk. Het laatste Concilie was het 2e Vaticaans Concilie toen bisschoppen vanuit de hele wereld in Rome bijeen waren, op uitnodiging van paus Johannes XXIII. Hij wilde met zijn collega-bisschoppen de kerk bij de tijd brengen.
Het dogma van de ten Hemelopneming van Maria heeft paus Pius XII afgekondigd, zonder dat er een concilie aan te pas kwam. Dat deed hij in 1950. Het heeft er de schijn van dat hij dit gedaan heeft om zijn macht te tonen en om een signaal af te geven tegen de moderne tijd. De moderne tijd die gekenmerkt wordt door rationeel denken en het geloof in de maakbaarheid van de wereld. Dit dogma van Maria die met lichaam en ziel ten hemel wordt opgenomen, dat kun je niet logisch beredeneren; het vraagt geloof; zowel in dit dogma op zich als in degene die je dit te geloven voorhoudt.

Omdat de kerk merkte dat niet iedereen de leer van de kerk serieus nam, heeft de Congregatie voor de Geloofsleer, in de persoon van Ratzinger, toen nog kardinaal, een eed van trouw ingevoerd. Ieder die in onze tijd pastoor of bisschop wil worden, moet deze eed van trouw afleggen. Hij (het is altijd een hij) moet beloven met religieuze volgzaamheid van verstand en wil te geloven wat paus en bisschoppen hem – van Godswege (?) – voorhouden te geloven. Kardinaal Ratzinger, altijd op de bres voor de zuiverheid van het geloof, heeft een nadere verklaring aan de eed toegevoegd. Een paar punten daaruit: ‘het gaat om het volledig en onherroepelijk onderschrijven van de Mariadogma’s, het offerkarakter van de Eucharistie en de leer over het primaat en de onfeilbaarheid van de paus.’ Er staat nog meer in die verklaring, maar laten we het hier maar bij houden.
Er wordt door kardinaal Ratzinger in deze verklaring gesproken over de Mariadogma’s. Het zijn er vier. Kent u ze alle vier?
Twee zijn er in de eerste eeuwen van de kerk vastgesteld:
Maria, Moeder van God en Maria, altijd maagd.
De twee andere dogma’s zijn van latere datum: Maria, onbevlekt ontvangen, stamt uit de 19e eeuw en Maria ten Hemelopgenomen uit de 20e eeuw.
Van de pastoors en bisschoppen wordt gevraagd om deze dogma’s volledig en onherroepelijk te onderschrijven. Er wordt van hen véél geloof gevraagd, maar daar ben je dan ook pastoor of bisschop voor. Wij zijn maar gewone gelovigen en wij hebben zo onze twijfels en vragen. Wij hebben de ruimte die onze herders missen. Wij kunnen vragen stellen en ons hardop afvragen: hebben deze dogma’s betekenis voor onze tijd, voor ons geloven?

Wie denkt dat ik lichtvaardig omga met wat de kerk leert, heeft het mis. Ik denk dat de kerk met de dogma’s over Maria destijds bepaalde waarheden heeft willen duidelijk maken, maar dat je wel moet kijken naar welke waarheid. Neem nu het dogma van Maria, altijd maagd. Het heeft te maken met de manier waarop mensen in de eerste eeuwen van het christendom verbanden legde tussen seksualiteit, zonde en dood, die drie hoorden bij elkaar. Zo dadelijk, als het over Maria’s dood gaat, wordt dat duidelijker.
In onze tijd kijken we daar anders tegenaan en daarom lijkt het mij niet alleen toelaatbaar, maar eerder getuigen van wijsheid om vragen te stellen bij dit geloofspunt: Maria altijd maagd. Het lijkt mij niet nodig om van mensen te vragen om dit letterlijk te geloven. Als je dat wel vraagt, dan zal dit voor een grote groep vervreemdend werken en een belemmering vormen om te geloven. Beter is het om te zien welke waarheid de kerk indertijd heeft willen vastleggen.
Zo is dat ook met het feest van Maria met lichaam en ziel in de hemel opgenomen. Wat moeten we daar nu mee?

Rubens, Maria Hemelvaart (1626)

In de bijbel staat niets over de dood van Maria. Aanvankelijk speelde ze ook geen rol van betekenis in het leven van de christenen. Vanaf de tweede eeuw zijn er verhalen in omloop over de dood van Maria. Ze zijn vaak gemodelleerd naar de dood van Jezus en er zijn verwijzingen naar het Oude Testament.
Zo is er het verhaal dat Maria overmand door verdriet, weent bij het graf van Jezus. Zij vraagt te mogen sterven om zo met haar Zoon verenigd te worden. Zij sterft en wordt in het graf gelegd, maar na drie dagen blijkt het graf leeg. Maria sterft, maar vóór het verval van haar lichaam kan beginnen, wordt zij opgenomen in de hemel. Maria was maagd, d.w.z. zij was zuiver, zij was zonder zonde en daarom kon het bederf van de dood haar lichaam niet aantasten, zo geloofde men. In latere verhalen wordt er niet meer gesproken over haar dood, maar wordt zij door de apostelen of door engelen, direct naar de hemel gebracht.
In de kunst is dat vaak afgebeeld. Op altaarstukken, in gebrandschilderde ramen zie je hoe Maria naar de hemel wordt gedragen of naar de hemel stijgt. Dan ontstaat er wel een probleem voor de theologen: Jezus is gestorven, hij heeft de dood gezien, en Maria zou niet gestorven zijn?! Is zij meer dan haar Zoon? Dat probleem laten we aan de theologen.

Het is vaker het geval dat Maria groter, belangrijker lijkt te zijn dan haar Zoon. In de officiële leer van de kerk gaat het om Christus, maar in de beleving van de gelovigen lag dat vaak anders.
Zo is een van Maria’s vele namen: Koningin des Hemels. In de eerste lezing uit het boek Openbaringen hoorden we over een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. De kerk heeft in die vrouw Maria gezien.
Onze Maria hier staat ook op de sikkel van de maan. Ze draagt een kroon. Zij is de koningin des hemels. Maar de naam van deze Maria, is onze lieve Vrouwe van Aduard. In een bepaalde periode van de geschiedenis is Maria wel de machtige, de verheven Vrouwe, maar veel vaker is zij onze lieve Vrouwe, Onsliefvrouwke, de vrouw bij wie mensen zich vertrouwd voelen, bij wie mensen terecht kunnen; is zij een moeder en zijn alle mensen haar kinderen.
God werd vaak beleefd als machtig en ver en dat gold ook voor zijn Zoon; die val je niet lastig met je kleine zorgen en problemen, maar Maria, dat is anders, aan haar kun je die dingen gerust vertellen, want zij begrijpt je.
We weten dat God en zijn Zoon goed en genadig zijn, maar ze zijn ook rechtvaardig en ja, we zijn allemaal zondaars en hebben onze tekorten en hoe kun je je dan tot God wenden?
Zal God niet, terecht(!) boos zijn over wat je verkeerd deed?
Maar Maria is goed en genadig zonder dat ze rechtvaardig hoeft te zijn, zoals een moeder (een ideale moeder?) bij wie je als kind altijd terecht kunt, wat je ook gedaan of misdaan hebt. Dus zochten mensen hun toevlucht vaker bij Maria dan bij God de Vader of bij God de Zoon.

Er zijn afbeeldingen die heel mooi zichtbaar maken wat Maria voor mensen betekende: dan zie je Maria met een wijde mantel en onder die mantel schuilen de mensen. Daar vinden ze geborgenheid en warmte. Maria als Mantelmadonna. Op een bepaald moment heeft de kerk deze afbeeldingen verboden, want ook nu dreigde het gevaar dat Jezus terzijde werd geschoven en achter zijn Moeder zou verdwijnen.

De belangrijke plaats die Maria innam èn inneemt in het leven van de gelovigen, laat zien hoezeer er behoefte is aan geborgenheid, aan steun, aan veiligheid in een wereld vol onzekerheid en onheil. Maria bood èn biedt die warmte, die troost en die geborgenheid. Dat is wezenlijk voor geloven dat het je troost en warmte geeft.
Máár geloven is ook uitdaging, je verantwoordelijkheid nemen.

Ook dat vinden we terug bij Maria. In de lezing van vandaag hoorden we het Magnificat. Daarin bezingt Maria een wereld waarin de verhoudingen radicaal anders zijn dan in de onze. ‘Hij slaat de trotsen van hart uiteen en de heersers ontneemt Hij hun troon’; aan hen die de macht hebben, wordt de macht ontnomen en zij die menen dat ze de wereld naar hun hand kunnen zetten, zullen ontdekken dat er niets blijft van hun invloed en macht.
‘De rijken zendt Hij heen met lege handen’: alles wat ze aan rijkdom vergaard hebben en waarvan ze menen dat ze er recht op hebben, zal hen worden afgenomen en gegeven aan mensen die niets hebben.
‘Hij verheft de geringen en de hongerigen overlaadt Hij met gaven’: de mensen die nu niets hebben, geen geld, geen kansen, zij zullen door God gezegend worden en hen zal gegeven worden wat ze nodig hebben.
Dit lied is niet vrijblijvend, het raakt aan de fundamenten van ons leven, van onze wereld. Het is een lied waarin waarden zoals rijkdom, macht en invloed ontmaskerd worden als on-waarden. Het laat zien wat in Gods ogen werkelijk waardevol is.

In deze geest hebben Maria en Jozef hun kind opgevoed en Hij heeft, volwassen geworden, daarnaar geleefd. Hij heeft gekozen voor de minsten, voor degenen die niet meetelden.
Het Magnificat, dit lied van Maria, daagt ons uit om dezelfde keuze te maken als Maria en Jezus. Dat vraagt van ons dat wij kijken wie er in onze wereld behoren tot de armen, tot de mensen zonder rechten. Dit lied van Maria doet een appèl op ons, om ons te verzetten tegen hen die rijkdom vergaren ten koste van anderen, ten koste van mens, dier en milieu. Dat komt in onze wereld veel voor en daar hebben we dan ook een hele klus aan (temeer daar we zelf ook deel uitmaken van die wereld), maar geloven is je verantwoordelijkheid niet ontlopen, is niet je ogen sluiten voor wat er gebeurt aan onrecht en onheil in deze wereld.

Als het te veel en te zwaar voor ons dreigt te worden, dan kunnen we op adem komen bij Maria, een kaarsje bij haar aansteken en haar onze grote en kleine zorgen voorleggen. We kunnen ook bij Jezus terecht die de menselijke zwakheid kent, mensen daarom niet veroordeelt, maar hen kracht wil geven, Brood wil zijn voor onderweg, opdat zij gesterkt weer verder kunnen.

Geborgenheid, troost èn uitdaging, de bereidheid om je verantwoordelijkheid te nemen, maken die beiden deel uit van uw geloof?

H. van Schalkwijk