Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging Pinksteren, 4 juni

4 juni 2017 | Archief 2017

Eerste lezing: Ezechiël 37: 1-14 (iets ingekort)
Tweede lezing: Handelingen 2: 1-11

We vieren vandaag het begin van de kerk. We hoorden hoe de Geest van God wordt uitgestort over de leerlingen. Hoe iedereen hen kan verstaan in hun eigen taal. Veel mensen sluiten zich die dag aan bij de leerlingen van Jezus en laten zich dopen. Drieduizend volgens Lucas! Duizend betekent heel veel en drie keer duizend betekent héél, héél erg veel! Een stormachtig begin!
De boodschap van Jezus is de wereld over gegaan en heeft veel mensen bereikt. De kerk groeide in de loop van de tijd uit tot een machtig instituut dat een belangrijke plaats innam in de wereld èn in het leven van mensen.
Maar zo is het niet gebleven.. althans niet in dit deel van de wereld..

In de lezing over het dal van de dorre beenderen hoorden we hoe de Eeuwige tot de profeet spreekt, maar hebben wij in onze tijd nog profeten?
Misschien, maar vaker wordt een deskundige ingehuurd om commentaar te leveren op bepaalde ontwikkelingen en deze te duiden. Als het gaat om de kerk lijkt me dat niet nodig. We hebben geen deskundige nodig om te vertellen wat we zelf zien gebeuren! Daarom laten we iemand aan het woord die ziet dat de kerk niet meer is wat ze geweest is..
‘Als ik nu naar de kerk kijk, dan zie ik een kerk die steeds leger wordt: steeds minder mensen in de kerk, steeds meer lege plekken. Veel ouderen, maar steeds minder jongeren. De kerk heeft geen aantrekkingskracht meer voor de jeugd.
Steeds minder mensen laten hun kinderen dopen; hoeveel kinderen doen nog hun Eerste Communie? Wie trouwt er nog in de kerk? Het wordt allemaal minder.’
En een ander zegt: ‘Vroeger had de kerk nog invloed, maar de stem van de kerk wordt ook in de samenleving steeds minder gehoord. Veel mensen vinden het geloof achterhaald en als je dan toch wil geloven, dan moet je er in de publieke ruimte vooral niets van merken. Geloven is privé, zo wordt gezegd, dat doe je maar thuis achter de voordeur. Ach, wat stelt de kerk nog voor? De kerk leeft niet meer. Hoe lang nog voordat het hier ook ophoudt?’

En de bisschoppen, zij die leiding geven aan de kerk in ons land. Wat zeggen zij?
‘De parochies moeten revitaliseren. Daarom moeten we ervoor zorgen dat de parochies weer financieel gezond worden. Het is dan ook onvermijdelijk dat kerken gesloten worden en dat parochies worden samengevoegd. Het is belangrijk om vast te houden aan de leer van de kerk. De mensen begrijpen die niet meer, wordt er gezegd. Wel, dan moeten we de leer nog eens uitleggen. Maar vooral niet aanpassen aan de tijd, ook geen experimenten en zeker niet afwijken van wat de kerk altijd heeft geleerd!’
En de bisschoppen proberen de kerk weer op te bouwen met elementen als het priesterschap, de eucharistie en de andere sacramenten en als specie de kerkelijke voorschriften en het kerkelijk wetboek. De parochies bewegen zich naar elkaar toe, zoals de beenderen in het visioen van Ezechiël, en soms lijkt het zowaar alsof ze een eenheid vormen en het lijkt alsof ze samen functioneren, maar is er ook geest in?

De Eeuwige spreekt: ‘profeteer, mensenkind, en spreek tot de Geest. Woord van de Eeuwige: kom, Geest van de vier windstreken en blaas over deze gemeenschappen opdat ze weer leven!’
En ik profeteerde zoals Hij bevolen had en de westenwind komt aangewaaid. Het is een stormachtige wind die door de open deur van de kerk naar binnen waait en alles in beweging brengt. Stof wordt weggeblazen en dwarrelt rond. Het zorgt ervoor dat mensen beginnen te hoesten en te proesten; zingen lukt niet meer; en ook het orgel geeft het op met al dat stof in de pijpen. De Tien Geboden, keurig op tien bladen neergeschreven, waaien door de kerk. De mensen proberen de bladen te pakken. Het gebod om op sabbat rust te houden, is niet meer terug te vinden. Het gebod ‘Eer uw vader en uw moeder’ is zwaar gekreukt en het gebod om je trouwbelofte niet te schenden, is in tweeën gescheurd.. En zoals het is met de Tien Geboden, zo is het ook met de ethische inzichten. Die liggen allemaal door elkaar: wat is goed, wat is kwaad? Vroeger was dat zo duidelijk, nu moet iedereen het zelf maar uitzoeken. Alleen de dogma’s, die veilig in de kluis liggen, liggen daar nog steeds. Alleen weet niemand waar de sleutel van de kluis is..
Door de stormachtige wind valt het wierookvat kletterend op de grond. Maria is haar kroontje kwijtgeraakt, maar verder is zij, evenals haar kind, gelukkig ongedeerd. En o, waar is de geloofsbelijdenis gebleven? Iemand heeft hem teruggevonden, maar door de regen, is hij onleesbaar geworden..

En in deze chaos (herkent u daar iets in van onze situatie?) spreekt de Eeuwige: ‘profeteer mensenkind, en spreek tot de Geest van de vier windstreken: Woord van de Eeuwige, kom Geest en blaas over de kerk opdat zij weer tot leven komt!’
En ik profeteerde zoals Hij bevolen had en de noordenwind komt aangewaaid. Opeens voelen de mensen hoe kil en koud de kerk is geworden. De kou komt naar binnen doordat verschillende ruitjes van het glas in lood zijn stukgegaan, doordat de deur niet goed sluit. Nu de koude noordenwind is gaan waaien, krijgen de mensen pas in de gaten dat ze te weinig aan onderhoud hebben gedaan. De symbolen en rituelen die kleur en warmte gaven aan hun geloof: voor een groot deel zijn ze verdwenen. Maar hadden ze geweten wat dat alles betekende, hadden ze ze dan ook zo snel weggedaan? Bidden voor het eten en voor het slapengaan, is bij velen verdwenen. En de mensen zien opeens hoe weinig er is overgebleven van het vaste geloof dat God er is, dat je Maria en de heiligen om hulp kan vragen, het vaste vertrouwen dat er een hemel is. Verdwenen.
De godslamp is door de noordenwind uitgewaaid en niemand heeft gezegd: moet de godslamp niet opnieuw worden aangestoken? Dat is niet nodig, meent men. In plaats daarvan hebben ze nu de noodverlichting op last van de brandweer.. Het is kaal geworden, maar terwijl ze nadenken over hoe het verder moet, dringen er geluiden van buiten in de kerk door; doordat de deur niet goed sluit, doordat de ruitjes stuk zijn.
Er blijkt een protestdemonstratie aan de gang te zijn. Er wordt geroepen, een kind huilt. In de verte klinkt de loeiende sirene van een ambulance. De mensen gaan naar buiten om te zien wat er aan de hand is. Als ze zien dat het gaat om een demonstratie i.v.m. het milieu, dan willen sommigen terug naar binnen: ‘Wat heeft geloven met het milieu te maken?’, anderen zeggen: ‘Moeten we niet de handen uit de mouwen steken? Moeten we niet iets gaan dóen?’
Wat het antwoord ook is, de koude noordenwind heeft de mensen wakker geschud..

En tijdens die discussie over wat de kerk te doen staat, spreekt de Eeuwige: ‘profeteer mensenkind, en spreek tot de Geest van de vier windstreken: Woord van de Eeuwige, kom Geest en blaas over de wereld opdat er leven is!’
En ik profeteerde zoals Hij bevolen had en de zuidenwind komt aangewaaid. En met de zuidenwind komt er warmte mee. En zie: mensen die bij elkaar komen en buiten in de schaduw van de bomen zitten. Er waait een zacht briesje. Er is geen haast, geen drukte, er heerst rust. Iemand vertelt een verhaal. Het komt uit de bijbel. De westerstorm heeft de bijbel niet weggewaaid, de bijbel was daarvoor te dik. Er staan mooie verhalen in, ontdekken de mensen. Ook moeilijke verhalen, zeker, maar eerst kiezen ze voor de verhalen waarin ze hun eigen ervaringen herkennen en ook hun ervaringen met God; met het Geheim dat ons te boven gaat, zoals de meesten zeggen. Al luisterend, daalt er vrede in hun ziel. Ze delen daarna brood en wijn met elkaar. In de kelk zit een deukje, van het altaar gewaaid met de westerstorm. Voorzichtige mensen hadden de kelk toen opgeborgen in de kluis, maar nu is hij weer tevoorschijn gehaald en gaat hij rond van hand tot hand. Ze voelen een grote verbondenheid met elkaar, ze voelen zich deel van een groter geheel. De zuidenwind voert bloemengeuren mee en er is ook een vleug van liefde in de lucht, een zweem van vreugde; er waait een geest van vertrouwen, een geest die leven doet. Je kan dat alles niet met de handen grijpen, maar het is er wel. De mensen die daar zijn weten best dat de wind misschien al snel weer uit een andere richting zal waaien, stormachtig, koud, maar de herinnering aan dit samenzijn nemen ze met zich mee, iets van de vrede in hun ziel die ze nu voelen, willen ze koesteren en zullen ze bij zich houden.
Als ze uit elkaar gaan, zal iets van de liefde die ze hier hebben ervaren, voelbaar zijn in hun doen en laten, in grote en kleine dingen: de directeur van de voedselbank die uit betrokkenheid zich geweldig inzet voor de mensen die afhankelijk zijn van de voedselbank; de mensen die in de politiek hun idealen proberen te verwezenlijken, niet voor zichzelf, maar voor de gemeenschap, hoe moeizaam dat soms ook is; maar het is ook de oma die met haar kleinkind een spelletje doet, de krantenbezorger die trouw de krant in de brievenbussen stopt, het meisje dat in de bakkerij achter de toonbank staat, de man met pensioen die het gras maait voor de buurvrouw die het zelf niet meer kan en zo verder en verder…

En ik hoor de Eeuwige zeggen over de dorre beenderen in de doodsvallei: ‘Ik zal mijn Geest over jullie uitstorten en jullie zullen leven.’ En ik droom weg: zal ook de kerk weer tot leven komen? Ik hoop het vurig, maar geloof ik het ook?
En opnieuw klinkt de stem van de Eeuwige: ‘Jullie zullen weten dat Ik de Heer ben. Wat Ik zeg, dat volbreng Ik.’
En heeft Hij niet op het Pinksterfeest zijn Geest uitgestort?
Zal Hij dat niet opnieuw kunnen doen en de kerk nieuw leven inblazen??

H. van Schalkwijk