Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging uit de Kerstnachtviering, 24 december 2018

24 December 2018 | Jozefgemeenschap

Eerste lezing: Jesaja 11: 1-9
Tweede lezing: Lucas 2: 1-14

 

Vandaag vieren we Kerstfeest, omdat Jezus is geboren, Hij die Zoon van God wordt genoemd. De stal is neergezet met Maria en Jozef en in de kribbe ligt het Kind. Alle kaarsen branden en ook in de kerstboom zijn er lichtjes. Samen met de herders en de schapen zijn wij samen rond het Kind in de kribbe.
We zingen kerstliederen die ons vertrouwd en dierbaar zijn. Liederen die al zingend verhalen hoe Jezus uit de hemel naar ons toegekomen is: Nu zijt wellekome Jesu, lieve Heer, gij komt van alzo hoge, van alzo veer.

 

Simon (iemand uit het koor) staat op en zegt: ‘Houd op met die liederen. Er is geen reden om feest te vieren. Zoals de dichter Hans Andreus zegt in het gedicht:

Geen Kerstcantate

Niet alleen in het holst
van de nacht van het jaar,
iedere dag van het jaar
heeft het licht het koud.

Het vraagt om geen engelenstemmen,
het hongert naar
een beetje gerechtigheid
aan deze kant van de tijd.

En dromen doet het ook niet
van eeuwig hemelse zomers
in en om het vaderhuis,
het hunkert naar

aardse dagen ooit
zonder marteling en moord,
het licht dat van puur licht
kind is en woord.

(tot zover Simon)

Moet dat nou zo, Simon?
Mogen wij ons niet meer laten meevoeren door het lied dat de engelen zingen in de nacht: Eer zij God in de hoogste hemel en vrede onder de mensen die Hij liefheeft? Mogen wij ons niet laten meevoeren door de visioenen van de profeet Jesaja? Het is zo’n mooie droom: de wolf en het lam wonen samen; de panter vlijt zich neer naast het bokje, het kalf en de leeuw weiden samen: een kleine jongen kan ze hoeden. De koe en de berin sluiten vriendschap, hun jongen liggen bijeen.

Jesaja droomt van vrede, maar wel van een vrede aan deze kant van de tijd. Hij droomt ervan dat zij die elkaars vijanden zijn eens in vrede met elkaar zullen leven, zoals de leeuw en het lam, de koe en de berin; dat het kleine volk Israël en het machtige Assur (Israëls grootste vijand in de tijd van Jesaja) eens in vrede met elkaar zullen leven.
In onze tijd: zullen Israël en de Palestijnen eens in vrede met elkaar leven? Zal het grote Rusland naast Oekraïne kunnen leven zonder het te bedreigen, zullen de mensen daar weer zonder angst en in vrede kunnen leven?

De zuigeling speelt bij het hol van de adder, het kind strekt zijn hand uit naar het nest van de slang, zo zegt Jesaja. Hij spreekt over een wereld waarin je de ander niet meer als je vijand ziet, waar je zorgeloos, argeloos als een kind kan zijn, omdat je weet dat de ander je geen kwaad zal doen.
Zullen christenen, joden en moslims eens in vrede leven, zonder angst, zorgeloos, argeloos? Zullen mensen die hier in Nederland geboren zijn in vrede leven met hen die van elders komen? Dat we de ander niet met argwaan bekijken, maar elkaar vertrouwen?
Een wereld waarin dieren en mensen in vrede met elkaar leven, elkaar vertrouwen, daar droomt Jesaja van. Die wereld is er nog niet, nog lang niet. Hoe realistisch is het om dan te verwachten dat die wereld er komen zal? En toch durven wij in deze nacht, verzameld rond het Kind in de kribbe, te dromen van een wereld van vrede, als in het visioen van Jesaja.

Als we nu naar het Evangelie gaan. Het begint ermee dat keizer Augustus een bevel uitvaardigt dat al zijn onderdanen zich moeten laten registreren. Dat is van belang, want de keizer wil niet alleen weten hoeveel onderdanen hij heeft, maar vooral hoeveel land iedereen heeft, zodat hij daarover belasting kan heffen. De Romeinse belastingen worden steeds hoger, zodat veel mensen die nauwelijks meer kunnen opbrengen en er armoede heerst. Wij horen hoe Jozef met Maria die hoogzwanger is op reis gaat vanuit het Noorden, vanuit Galilea, naar Bethlehem in het Zuiden. Als zij er aankomen, dan is er geen onderdak te vinden. Vanwege al die mensen die zich moeten laten registreren, is het in Bethlehem erg druk. Ze vinden tenslotte een stal en daar wordt hun kind geboren en ze leggen het in de voederbak.
Lucas laat de tegenstelling goed uitkomen tussen de machtige keizer Augustus en dit kind. Als Augustus, keizer van het grote Romeinse Rijk, een bevel geeft, moet iedereen daaraan gehoorzamen, of het nu gelegen komt of niet. Daar tegenover dit Kind voor wie er nauwelijks een plek is, dat geboren wordt in een uithoek van het Rijk, ver van het centrum van de macht.

Als deze Jezus opgroeit en volwassen wordt, zal hij geen macht hebben, maar wel gezag. Al tijdens zijn leven, maar vooral ook na zijn dood. Overal ter wereld luisteren mensen naar wat hij zei en deed en nemen ze zijn woorden ter harte..
Tegelijk weten we dat zij die zich christen noemen vaak hun eigen belangen voorop stelden, dat zij de vergeving en het mededogen die hij predikte en in praktijk bracht, vergaten. Deze beide kanten zijn er: het handelen in strijd met wat hij leerde en aan de andere kant de inzet van zijn volgelingen voor de armen, hun zorg voor kwetsbare mensen..

In het verhaal over de moeizame reis naar Bethlehem en de stal waar het Kind geboren wordt, wordt de harde werkelijkheid van die tijd zichtbaar, maar als Lucas vertelt over de herders die de wacht houden bij hun kudde, lijkt er wel sprake van een andere werkelijkheid: een engel, een boodschapper van God, die de herders het goede nieuws brengt dat de Messias geboren is in de stad van David (Bethlehem dus). En dan die grote schare engelen die zingen: ‘Ere zij God in de hemel en vrede op aarde onder de mensen die Hij liefheeft.’ ‘Dit zal het teken zijn,’ zo zegt de engel tot de herders, ‘jullie zullen een kind vinden, gewikkeld in doeken, dat in een voederbak ligt.’ De herders gingen en vonden het Kind in Bethlehem.

Nu zullen wij hem niet meer vinden in Bethlehem. In onze tijd zijn veel mensen, in West-Europa althans, niet meer geïnteresseerd in deze Jezus en ze gaan dan ook niet op zoek naar hem en naar wat hij zou kunnen betekenen voor hun leven. Misschien omdat ze niet bezig zijn met levensvragen als ‘wat is de zin van mijn leven?; ‘is dit leven alles wat er is?’; ‘gebeuren er dingen met een reden?’
Misschien omdat ze elders naar richting en houvast zoeken.
Maar voor wie Jezus wel zoeken, je zult hem vinden in een kring van mensen, elkaar dragend in geloof. Omdat geloven in onze samenleving niet meer vanzelfsprekend is, heb je een gemeenschap nodig om te kunnen blijven geloven.

Geloven en gemeenschap horen bij elkaar. Eerst iets over de gemeenschap. Elke mens, zo heb ik de afgelopen jaren, steeds weer ervaren, verlangt ernaar om gezien te worden, om gewaardeerd te worden. In de geloofsgemeenschap mag je erbij horen. Je hoeft niet perfect te zijn, niet maatschappelijk geslaagd. Je wordt aanvaard zoals je bent. We zijn ons in de geloofsgemeenschap ervan bewust dat we allemaal onze eigenaardigheden en tekorten hebben. Enkele van de kernwoorden uit ons geloof zijn mededogen en vergeving. Een geloofsgemeenschap kun je zien als een oefenplaats, om samen het geloof te beleven, samen te werken, maar ook een oefenplaats in verdraagzaamheid. Er gaan soms dingen mis, want ja, we zijn van goede wil, maar er ontstaan soms misverstanden, we hebben verschillende verwachtingen of zijn onzorgvuldig in onze omgang met elkaar. Maar als het goed is, is er altijd de bereidheid om weer met elkaar verder te gaan. In de gemeenschap zijn ook altijd mensen te vinden die inspireren, mensen die de hoop bewaren, mensen die zingen, mensen die de handen uit de mouwen steken. Je vindt er steun en meeleven.

Deze gemeenschap is niet zomaar een groep mensen die warmte en gezelligheid bij elkaar zoekt, maar het is een groep mensen elkaar dragend in geloof. Geloven is niet zo gemakkelijk vandaag de dag. Het rationele denken kleurt onze visie op de wereld. Wat niet meetbaar is en niet bewijsbaar, wordt gemakkelijk terzijde geschoven, als onbelangrijk, niet de moeite waard. Wij vergeten hoe eenzijdig dat denken is.
Maar dat rationele denken dat heel onze samenleving doortrekt, maakt het wel moeilijk om te geloven.
Soms overvalt twijfel ons omdat er zoveel akelige dingen gebeuren, in ons eigen leven of in de wereld om ons heen. Dan is het goed als er anderen zijn die blijven geloven en die de woorden van profeten zoals Jesaja en de verhalen over Jezus doorgeven en levend houden.
Geloof kan ons bemoedigen, troosten, kan ons steun geven als we het moeilijk hebben, maar geloof is niet alleen om te troosten. Het daagt ons ook uit, het vraagt ons om onze verantwoordelijkheid te nemen, niet alleen voor ons zelf en onze naaste omgeving, maar ook voor wat er in onze samenleving gebeurt. Het geloof kan je lastige vragen stellen.

Een actueel voorbeeld. U ziet hier een lege stoel met een beer erop. INLIA, een organisatie die door onze Jozefgemeenschap wordt gesteund, heeft gevraagd aandacht te besteden aan het kinderpardon. Die lege stoel staat voor de kinderen die – nadat ze vijf of meer jaren in Nederland hebben gewoond – worden uitgezet. Het blijkt uit onderzoek dat kinderen ernstig worden beschadigd als ze na meer dan vijf jaar hier worden uitgezet. De Raad van Kerken Nederland en INLIA vragen de regering om het Kinderpardon zoals dat in 2011 door het kabinet en de Tweede Kamer is ingesteld, uit te voeren. Dus zich te houden aan de regeling die ze zelf in het leven heeft geroepen. Ik weet dat de meningen verdeeld zijn, maar als mensen die zich leerling van Jezus van Nazareth noemen, zijn wij het aan onze stand verplicht om hier tenminste over na te denken en ons te laten informeren. Ook rechtvaardigheid en recht doen aan arme en kwetsbare mensen behoort tot de kern van ons geloof. Geloof maakt het leven niet altijd gemakkelijker, wel geeft het betekenis aan je leven, bv. door je in te zetten voor meer rechtvaardigheid.

Maar het gaat nog dieper. De engelen zingen ‘Ere zij God in de hoge en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft.’ Je bent niet zomaar op deze aarde. Dat is geen stom toeval, zonder betekenis. Nee, je bent bij God geliefd. Zij kent je, neemt je aan zoals je bent, Zij kent je beter dan jij jezelf kent. In de gemeenschap, in die kring van mensen, vieren we dat met elkaar. We vieren de geboorte van Jezus Messias die opgroeide tot een mens, vervuld van Gods Geest. Zoals Jesaja zegt: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kennis en ontzag voor de Eeuwige. Deze mens die eerlijk en rechtvaardig was, die, zoals Jesaja heel beeldend zegt: gerechtigheid draagt als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen.
Deze Jezus doet ons dromen over een wereld vol gerechtigheid en vrede (die twee kunnen niet los van elkaar) en alle bezwaren en alle cynisme laten we achter en ruilen we in voor de hoop en voor vertrouwen op God. En deze Jezus, dit Kind dat in Bethlehem geboren is, Hij zal onze voeten leiden op de weg van de vrede.

H. van Schalkwijk