Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging van zondag 15 mei, Pinksteren

15 mei 2018 | Bezinning Jozefgemeenschap, Jozefgemeenschap

Eerste lezing: Exodus 19: 16-20
Tweede lezing: Handelingen 2: 1-11

Hier voor ons op de tafel zien jullie zeven kaarsen. Ze zijn een beeld van onze gemeenschap. Ze verschillen in grootte, in kleur en vorm. Ze zijn verschillend, zoals wij die hier bij elkaar zijn, verschillend zijn.
Deze week zijn de examens begonnen, zowel voor de leerlingen van het VWO en de havo als voor de leerlingen van het VMBO. Het zijn verschillende soorten onderwijs, maar allemaal wil je graag je diploma halen, want dan kan je weer een stap verder. Sommige jongeren weten heel goed wat ze willen. Anderen vinden het erg moeilijk om te kiezen, weten het eigenlijk niet.
Zoals de jongeren verschillend zijn, zo zijn ook de volwassenen verschillend, maar wie je ook bent en welk beroep je ook hebt – of hebt gehad – iedereen hoort erbij.  In onze parochie hebben we agrariërs, mensen die in het onderwijs werken of de gezondheidszorg, maar ook mensen met heel andere beroepen: fietsenmaker, bibliothecaris, kapper, manager, aannemer, werkzaam bij het waterschap en noem maar op.
Als je zegt welk beroep iemand heeft, dan heb je daarmee nog niet alles over die persoon gezegd. Neem de vrouw die het zo goed voor elkaar lijkt te hebben, goede baan, mooi huis, getrouwd met een aardige man. Ze heeft het goed voor elkaar, denk je dan. Ja en nee, want zij is niet alleen een succesvolle vrouw, maar ook een vrouw met een groot gemis in haar leven. Ze wil zo graag kinderen, maar ze raakt maar niet in verwachting.
Of neem die collega die weliswaar zijn werk goed doet, maar hij gaat altijd precies om vijf uur naar huis. Als er iets extra’s moet gebeuren, dan zal hij nooit spontaan zeggen: ‘Ik help wel mee.’ Kan het niet wat enthousiaster, denk je dan. Later hoor je dat zijn vrouw ziek is, ze heeft MS. Hij neemt veel taken in het gezin op zich.  Oeps, ben je toch weer te snel geweest met je oordeel. 
Als wij over mensen spreken, hebben we aan een enkel woord niet genoeg.

Zo is het ook met God. Elke keer als we bidden, slaan we een kruis en zeggen: in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Aan één woord hebben we niet genoeg.

Als we over God de Vader spreken, dan spreken we over God die buiten ons is, God die als een vader – of als een moeder – is bij wie je altijd terecht kunt, bij wie je alles wat er in je omgaat, neer kunt leggen, je verdriet, je pijn, al wat je hoopt en verlangt. Een Vader op wie je misschien soms ook boos bent, omdat er zulke akelige dingen gebeuren. Waarom voorkomt Hij niet dat kinderen ernstig ziek worden, dat jonge mensen verongelukken en nog zoveel meer?
Een God ook die deze wereld heeft geschapen en die Heer is over onze wereld en zijn mensen rekenschap vraagt. Een God die je vraagt: ‘Waar ben je mee bezig? Is het goed wat je doet?’
God de Vader, God de Schepper is een God buiten ons, een Tegenover, een God die ons te boven gaat, maar daarmee is niet alles over God gezegd.

Soms ervaren we God als heel nabij.. Als een kracht ín ons, een kracht die niet van ons zelf komt, maar ons wel helpt om door een moeilijke periode heen te komen. Er zijn mensen die die kracht zelf hebben ervaren – ‘zonder hulp van boven, had ik het niet gered,’ zeggen mensen dan -. En er zijn mensen die iets van die kracht hebben gezien bij anderen: mensen die ondanks de ellende die hen overkomt, toch overeind blijven; door de kracht en het vertrouwen waarvan zij blijk geven, worden andere mensen geraakt en vinden op hun beurt de moed om verder te gaan..
God: liefde ín ons en boven ons uit.

Als wij het hebben over God die in ons is, – ‘die mij meer nabij is dan het kloppen van mijn hart’, zoals Augustinus het ooit gezegd heeft, – dan spreken we meestal over de Geest van God. Omdat we niet genoeg hebben aan een woord als Vader, die een Tegenover is, is er nog een woord bijgekomen: de Geest, God die ons nabij is. God de Vader en God de Geest zijn een en dezelfde. Zoals die vrouw die succesvol is met haar goede baan en mooie huis en die tegelijk een grote leegte voelt omdat ze geen kinderen kan krijgen, ook een en dezelfde is.

Als wij christenen over God willen spreken, dan moeten we het ook over Jezus van Nazareth hebben. In Hem herkennen we iets van God, van Gods goedheid en trouw. Hij noemde God zijn Vader en Hij probeerde te leven in de Geest van zijn Vader en te handelen in zijn Geest. God had hij vanuit de traditie van zijn volk leren kennen als een God die betrokken is bij zijn mensen. In Jezus’ doen en laten zie je dezelfde betrokkenheid.

Gaan wij nu naar het Evangelie van vandaag. Bij Johannes vallen Pasen en Pinksteren op één dag. Jezus die gekruisigd, gestorven en begraven is, verschijnt op de eerste dag van de week aan Maria van Magdala en ’s avonds als de leerlingen bij elkaar zijn, verdrietig, bang door alles wat er gebeurd is, dan staat Jezus plotseling in hun midden. Zijn eerste woord is ‘vrede’. En nogmaals zegt hij: ‘Vrede’. Jezus geeft zijn leerlingen ook een opdracht: ‘Zoals de Vader mij heeft gezonden, zo zend ik jullie.’ Ze hoeven dat niet alleen te doen. Jezus blaast, ademt over zijn leerlingen en zegt: ‘Ontvang de heilige Geest.’ Hier geen storm, geen vuur zoals we dat horen bij Lucas. Het is minder spectaculair, maar wél komt de Geest over de leerlingen. En is dat niet wat Pinksteren is: het feest van de Geest?

Jezus geeft zijn leerlingen een opdracht mee: ‘Zoals de Vader mij heeft gezonden, zo zend Ik jullie.’ Hij zendt zijn leerlingen om zijn boodschap uit te dragen. Dat kan door enthousiast en vol vuur te vertellen over Jezus en wie Hij is, zoals de apostel Paulus dat heeft gedaan. Het kan ook door de boodschap zichtbaar en voelbaar te maken door te doen als Jezus, door goed te zijn als Hij.
 
Nu zijn we in onze gemeenschap allemaal verschillend en we hebben allemaal verschillende gaven. En al die gaven hebben we nodig om met elkaar gemeenschap te zijn!
In tijden van verdriet weet de een de juiste woorden te vinden, woorden van troost, woorden als balsem voor het hart dat is verwond. De ander is goed in praktische hulp; zonder veel woorden doet hij of zij wat er gedaan moet worden. Een derde zorgt voor wat afleiding, even niet denken aan wat gebeurd is; een vierde luistert alleen maar of is er zonder  woorden, de stilte hoeft niet gevuld te worden met gepraat. Een vijfde heeft oog voor degenen die net zozeer onder de situatie lijden, maar omdat ze niet veel zeggen, vergeten dreigen te worden. Dat zijn nogal eens kinderen of jongeren. Hij of zij heeft aandacht voor hen, zodat ook zij weten dat zij gezien en gehoord worden.
De gaven van de Geest die we vanuit de traditie kennen, zijn wijsheid en verstand, inzicht en sterkte, kennis, ontzag en liefde voor Gods naam. Maar de troost en aandacht, de hulp die gegeven wordt, zijn net zo zeer gaven van de Geest. Niet zo spectaculair misschien, maar evengoed onmisbaar. Zo kun je in tijden dat het moeilijk is, samen gemeenschap zijn.

Soms is het verdriet in het leven van een mens zo groot dat het lijkt dat de vreugde niet meer zal terugkeren. Ja, als Pasen en Pinksteren op één dag vallen, wordt er dan gezegd, ofwel: dat gebeurt toch niet. Vandaag horen we dat Pasen en Pinksteren wel degelijk op dezelfde dag vallen. We horen vandaag ook het woord dat Jezus als eerste tot zijn leerlingen zegt: ‘Vrede.’ Als het verdriet nog te rauw en te vers is, dan dringt het niet tot ons door. Je hebt tijd nodig. Maar opnieuw zegt Jezus: ‘Vrede.’ Vrede wordt ons aangezegd, we mogen geloven dat we in ons eigen leven en ook in het leven van onze gemeenschap altijd weer de vrede in ons hart zullen hervinden.
Dat heeft tijd nodig, veel tijd soms en die tijd moeten we de ander en onszelf ook geven.
We hebben ook anderen nodig. Ik hoop dat in onze gemeenschap we elkaar daarbij helpen en zorg voor elkaar hebben. Dat wij de ander zien en dat wij ervaren dat wij zelf gezien worden.

De Geest wordt uitgestort op het feest van Pinksteren en dat wonder gebeurt elk jaar opnieuw. Als wij ons open stellen voor de Geest, zal de Geest ook over ons komen. Dan zullen we ervaren dat God ons heel nabij is, zo nabij als het kloppen van ons hart.

Vragen aan de mensen in de kerk
Wat is uw gave/sterke kant?
Waar bent u goed in?
Welke gave, die u zelf niet hebt, waardeert u in anderen?

(Het leidde tot levendige gesprekken)

H. van Schalkwijk