Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging zondag 21 januari, de toekomst van het christendom

21 januari 2018 | Bezinning Jozefgemeenschap, Jozefgemeenschap

Eerste lezing: Bijdetijds genoeg, door Stefan Sanders – column in Trouw, 17 januari 2018 (fragment)
Tweede lezing: Marcus 1: 14-20

In het Evangelie hoorden we hoe Jezus zijn eerste leerlingen roept: Petrus en zijn broer Andreas en ook Jacobus en Johannes. Hij roept hen en zonder aarzelen laten zij hun netten in de steek en volgen Jezus. Het is een verhaal dat een appèl op ons doet. Zoals in het lied staat dat we aan het eind van de viering zullen zingen:

     Jezus die langs het water liep
     en Simon en Andreas riep
     om zomaar zonder praten
     hun netten te verlaten,
     Hij komt misschien vandaag voorbij
     en roept ook ons, roept u en mij,
     om alles op te geven,
     om trouw Hem na te leven.

Geloof speelt een rol in ons leven, zeker. Maar hoe belangrijk is het geloof voor ons?
De kerk is in de marge van de samenleving terechtgekomen. Vroeger had de kerk macht, werd er naar haar geluisterd, maar die tijd is voorbij. We hoorden in de eerste lezing hoe veel mensen kerk en geloof maar een achterhaalde zaak vinden. In hoeverre staat het geloof bij óns centraal, bepaalt het ons doen en laten? Of is het ook in ons leven in de marge terecht gekomen en laten wij ons uiteindelijk toch door heel andere zaken leiden? Het is opmerkelijk dat ons leven niet heel veel verschilt van het leven van mensen die niet geloven. Het is niet aan ons te zien dat we geloven en we praten er meest ook niet over. Geloof is in onze samenleving een privékwestie geworden.
Afgelopen week hadden we overleg van ons pastoresteam. We spraken over de toekomst. Steeds minder mensen zijn bij de kerk betrokken, dat betekent minder vrijwilligers, minder financiën, minder pastores. Bisschop De Korte heeft in zijn beleidsplan ‘Kwetsbaar en hoopvol’ gesproken over de noodzaak om te revitaliseren. Hoe realistisch is dat? vroegen wij ons af. Dacht de bisschop het tij te kunnen keren door te revitaliseren? Het is meer dat wij moeten leren leven met de krimp die gaande is. En daarbij dan niet het vertrouwen te verliezen; het vertrouwen dat geloven en kerkzijn zinvol is, ook in een tijd als deze. Omdat het, zoals het in de eerste lezing stond, gaat om belangrijke zaken als liefde, vergeving, om broeder- en zusterschap, over vragen als waar willen we naartoe, wat is de zin van ons leven, wat onze bestemming?

Hoe komt het toch dat voor veel mensen het geloof geen betekenis meer heeft?
Er is niet één, maar er zijn vele redenen aan te wijzen waarom er minder mensen bij de kerk betrokken zijn. Het is een ontwikkeling die al langer gaande is en daarbij spelen zowel ontwikkelingen in de kérk als ontwikkelingen in de samenleving een rol. Soms vraag je je weleens bezorgd af: zal het christendom in ons land misschien helemaal verdwijnen?

Omdat ik nog boekenbonnen had, ging ik op zoek naar lezenswaardige boeken. Het werden twee boeken: Geduld met God, van Tomas Halik, over en voor mensen die zoeken naar God, maar ook veel twijfel hebben. De schrijver wil het gesprek aangaan met deze aarzelende, zoekende gelovigen. Hij is er zelf ook een.
Het andere boek, van David Dessin, had als ondertitel: De terugkeer van het christendom in de Lage Landen. Dat kon ik niet laten liggen.

De schrijver zegt in zijn boek: het christendom in de Lage Landen keert terug, maar het is wel een ánder christendom. Het is het gevolg van de komst van grote groepen immigranten in Europa. Volgens onderzoekers zijn er 26 miljoen immigranten van buiten Europa.
13 miljoen van hen zijn christen, tegenover 12 miljoen moslim-immigranten. De laatsten zijn meer zichtbaar omdat er her en der moskeeën verrijzen en omdat we vrouwen met hoofddoeken in de straten zien. Dat er ook veel christenen naar Europa zijn gekomen, is minder zichtbaar. Veel van hen zijn als vluchteling naar hier gekomen. Vandaar de titel van het boek van Dessin: God is een vluchteling.

In België is er een initiatief geweest van de overheid om een bedreigde groep christenen uit Aleppo naar België te laten komen. Daar kwamen zeer verontwaardigde reacties op. Waarom alleen christenen?! Dat vond men helemaal fout.
De reden was dat christenen het extra zwaar hadden. In veel landen zijn christenen een bedreigde groep, het zijn mensen die vaak te maken hebben met achterstelling, discriminatie en vervolging. Dessin gaat op zoek naar die nieuw-ingekomen christenen en het voert hem door duizenden jaren geschiedenis die onbekend of vergeten is. Hij ontmoet vluchtelingen uit het Midden-Oosten, Iran, Pakistan, China, Eritrea, Congo..

In Europa gaan we ervan uit dat het christendom vanuit Europa over de wereld is verspreid. Dat klopt niet: het strekte zich al in de eerste eeuwen na Christus uit van Afrika tot in de verre uithoeken van Azië. Verder menen we dat Europa het centrum van het christendom is en ook dat het steeds minder gaat met het christelijk geloof. Wereldwijd is dat echter niet het geval, integendeel! Het christendom is springlevend!
Een paar cijfers: in 1900 zijn er wereldwijd 558 miljoen christenen, een derde van de wereldbevolking toen. Het merendeel daarvan woonde in Europa. Vandaag de dag zijn er 2,3 miljard christenen, nog steeds een derde van de wereldbevolking. Alleen leeft het merendeel niet meer in Europa, maar daarbuiten, in Zuid-Amerika, Afrika en Azië. In nog geen eeuw tijd is het zwaartepunt van het christendom verschoven van het Noorden naar het Zuiden.

En dat ondanks het feit dat vele christenen in Afrika en Azië te lijden hebben onder vervolging. Het woord martelaar klinkt ons sinds een aantal jaren weer vertrouwd in de oren.
Bij de jihadisten is een martelaar iemand die zijn eigen leven opoffert en daarbij zoveel mogelijk mensen wil meesleuren in de dood. In het christendom heeft martelaar een andere betekenis. Een martelaar is diegene die bereid is alles op te geven voor het geloof, zelfs zijn leven. Paus Johannes Paulus II heeft in het jaar 2000 een oproep gedaan om de christenen die in de 20e eeuw waren omgekomen, niet te vergeten. Er kwamen uit de hele wereld brieven, rapporten en notities binnen over de vele christenen die waren omgebracht.
In de 21e eeuw gaat dit ‘gewoon’ verder.
In delen van Syrië en Irak vond in 2015 en 2016 een etnische zuivering plaats door IS omdat deze groepering een zuiver islamitische staat wilde oprichten. Christenen moesten zich bekeren tot de Islam en anders wachtte hen de dood.
In het noorden van Nigeria zijn christenen het slachtoffer van bruut geweld en ontvoeringen door Boko Haram.
Wie in Noord-Korea erop betrapt wordt, dat hij christen is, wordt gearresteerd en naar een gevangenenkamp gestuurd. Van die kampen is bekend dat de omstandigheden erbarmelijk zijn.
In Eritrea zitten de containergevangenissen in de woestijn aan de Rode Zee vol christenen.
In Pakistan zijn er wetten tegen blasfemie. Sinds 1986 staat daar de doodstraf op. Deze wetten worden vooral tegen christenen gebruikt. Zo kan ik nog doorgaan..

Het is dus geen wonder dat mensen aan onderdrukking en vervolging proberen te ontkomen en dan naar Europa gaan, een werelddeel dat veilig is, dat welvarend is en dat – ook heel belangrijk – als christelijk wordt gezien.
Dessin vertelt over zijn ontmoeting met Melikan Kucam. Zijn familie kwam uit Irak naar Europa. Toen ze hier aankwamen, troffen ze leeglopende kerken aan en mensen die grotendeels niet geïnteresseerd waren in het christelijk geloof.
Zij en met hen veel andere vluchtelingen hebben veel voor hun geloof over gehad. Het geloof betekent dan ook veel voor hen, maar dat lijkt voor Europese christenen vaak niet zo te zijn. Daar is voor deze christenen van elders vaak een grote teleurstelling.
Wat de schrijver opvalt is dat in Europa vaak het kwaad in de wereld wordt gezien als een argument tegen het bestaan van God. ‘Als er een God bestaat, waarom gebeuren er dan zoveel verschrikkelijke dingen?’ wordt er dan gezegd.
De slachtoffers van geweld en onderdrukking vertellen hoe hun geloof hen juist helpt, dat het hen gered heeft.

Er zijn meer verschillen tussen christenen hier uit de Lage Landen en christenen van elders.
Dessin spreekt met Chaldeeuwse christenen die uit Zuid-Turkije komen. Op bepaalde vlakken zijn ze conservatiever dan de christenen van hier. Bij de Chaldeeuwse christenen is de man het hoofd van de familie en de vrouw volgt de man. ‘Maar alleen,’ zo voegen enkele jonge vrouwen er dadelijk aan toe, ‘als de man deugt als echtgenoot en vader. Dan zal de vrouw naar hem luisteren, maar ze stelt zich niet onderdanig op. Bij de Vlamingen heeft de man niets te vertellen.’ Dessin vraagt hen wat ze vinden van abortus en het homohuwelijk. Abortus en homoseksualiteit zijn voor hen taboe. Dat beschouwen ze als zondig.
Maar ze hebben er geen behoefte aan om anderen hun mening op te dringen. Iedereen moet zelf kiezen en zal zich later moeten verantwoorden, zeggen ze.
Dessin spreekt ook met jongeren uit de Chaldeeuwse gemeenschap. De kerk staat voor hen centraal en de priester is een leidersfiguur, een voorbeeld. Ze ervaren de aanwezigheid van God overal in hun bestaan, via kleine en grote tekens. Als ze over de evolutie komen te spreken, dan zegt een van de jongens: ‘Ik ben geen aap, ik stam af van Adam en Eva.’ Een ander nuanceert het: de evolutieleer hoeft niet in strijd te zijn met de Bijbelse boodschap, maar de evolutieleer blijft toch vreemd voor hen.
Zoals dat bij de Chaldeeuwse christenen is, is dat ook bij veel andere groepen die de laatste jaren uit het Midden-Oosten naar Europa zijn gekomen: de eerste generatie leeft nog met de herinneringen aan hun land van herkomst en hoe het daar was, terwijl hun kinderen opgroeien tussen twee werelden. De verwachting was dat de jongeren, opgroeiend in een seculiere samenleving hun geloof zouden opgeven, maar dat gebeurde niet.
Hun godsdienst vormt met de taal en de cultuur steeds meer hun houvast in een vreemd, postchristelijk Europa. Ze zijn vaak een minderheid geweest en hebben vanuit hun geschiedenis niet de behoefte om zich aan te passen aan de hun omringende wereld. Andersom hebben ze evenmin de behoefte om hun waarden en normen aan anderen op te leggen. Wel willen de jongeren – dat is dan weer heel eigentijds en hoort bij onze samenleving – gezien en erkend worden. Hun eeuwenoude cultuur, hun godsdienst met zijn religieuze symbolen geven hen de mogelijkheid om te laten zien wie zij zijn.

Het Europese christendom lijkt te verdwijnen. Om even bij onszelf te blijven. Zal onze Hildegardparochie over 25 jaar nog bestaan? (wie denkt van wel?)
Ik denk het wel, maar of we dan nog vier kerken hebben? Dat zal misschien niet. Onze kerk valt zeker niet als eerste af, daar hoeft u niet bang voor te zijn.
De instroom van christelijke vluchtelingen en migranten zal er misschien voor zorgen dat het christendom terugkeert in de Lage Landen, maar het zal wel een ander christendom zijn. Hoe gaan we daarop reageren? Kunnen we integreren? Kunnen we de dialoog aangaan? Dat zal nog niet gemakkelijk zijn. Het christendom uit het Zuiden en het Oosten kennen vaak elementen die ons vreemd zijn, een andere beleving, een ander, meer letterlijk verstaan van de Bijbel. Conservatiever.
We hoorden in het Evangelie van vandaag dat Jezus zei: ‘Bekeert u en geloof in de Blijde Boodschap.’
De boodschap die ik u vandaag breng, is dat het christendom springlevend is en terugkeert naar Europa, maar ook dat het een ánder christendom is. Is dat voor u een blijde boodschap of toch een wat moeilijke boodschap?

Wat zouden we van de christenen die hier nieuw komen, kunnen leren?
En wat zouden zij van ons kunnen leren?

H. van Schalkwijk