Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging zondag 29 april, over verbondenheid

29 april 2018 | Bezinning Jozefgemeenschap, Jozefgemeenschap

Eerste lezing: het “Aramese Jezusgebed”
Tweede lezing: Johannes 15: 1-8

In Israël werden (én worden) druiven verbouwd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de bijbel veel verwijzingen te vinden zijn naar wijngaarden en wijngaardeniers. Het is een bekend beeld. Ook Jezus gebruikt in het Evangelie van vandaag beelden uit de wereld van de wijnbouw. Hij spreekt van de wijnstok en zijn ranken als beeld voor de verbondenheid tussen Hem en zijn leerlingen. Alleen de ranken die met de wijnstok verbonden blijven, zullen bloeien en vrucht dragen.
In dit korte stukje Evangelie is dit het steeds terugkerende refrein: ‘Blijf met Mij verbonden zoals Ik met jullie verbonden ben.’ Voelen wij, mensen van vandaag, ons verbonden met Jezus? En zo ja, hoe zorgen wij dat het ook zo blijft?
En als wij ons niet verbonden voelen met Hem, wat betekent dat dan voor onszelf? Voor onze kerk? Voor de samenleving?

Laten wij eerst eens beginnen met de vraag: Met wie voel ik mij verbonden? In de meeste gevallen zal dat met de familie zijn, ouders, kinderen, partner, broers, zussen etc. Verder zou je kunnen denken aan vrienden, aan collega’s, aan mensen van de voetbal of van de leesclub, aan mensen uit de parochie en zo verder. Het is duidelijk dat de verbondenheid verschilt. Met sommige mensen heb je een hechte band en met anderen is die band heel losjes.
De intensiteit van de band die je met iemand hebt, hangt niet altijd af van hoe vaak je elkaar ziet. Je kan elke dag op het schoolplein staan om je kind van school te halen en dan praten met de andere ouders zonder dat je nu een sterke band met ze hebt.
Familie is je gegeven, die heb je niet uitgezocht. Soms ben je er blij mee, maar soms ook niet. Je familie kies je niet, maar je vrienden wel. Wanneer zeg je nu: ‘Dat is een goede vriend/vriendin van me?’ Er zijn een paar zaken die daarbij een rol spelen: tijd en aandacht.
Tijd. Dat is een lastige. Je belt op en zegt: ‘We hebben elkaar al heel lang niet meer gezien. Zullen we afspreken?’
De ander reageert met: ‘Ja, dat zou leuk zijn. Alleen, ik heb het erg druk en de eerste drie maanden lukt het so wie so niet.,’ soms heb je er begrip voor: drukke baan, druk gezin en ook nog de zorg voor hun oude moeder; een andere keer is het begrip wat minder en vraag je je af waar je vrienden dan zo druk mee zijn?
Vriendschap, betrokkenheid betekent dat je zo nu en dan tijd voor elkaar maakt, lijkt mij.
Het is niet alleen tijd, ook aandacht. Als steeds de een aan het woord is en vertelt over wat zij of hij allemaal heeft meegemaakt en niet vraagt naar jou en jouw wel en wee, dan is er geen wederkerigheid. Kan er dan wel sprake zijn van vriendschap?
Dan is er nog een factor: vertrouwdheid met elkaar. Je voelt je op je gemak bij de ander. Je kunt jezelf zijn. Je kunt vertellen wat je ter harte gaat. Misschien ga je met elkaar in discussie en verschil je van mening, maar dat doet geen afbreuk aan jullie vriendschap. Of je begrijpt de ander en hebt aan een half woord genoeg. Als je elkaar een tijd niet gezien hebt, dan pak je de draad zo weer op en het voelt dadelijk vertrouwd zoals vanouds.
Verbondenheid is overigens breder dan vriendschap. Je kunt je bv. verbonden voelen met de mensen van de parochie, zonder dat je vrienden bent. Je hebt nl. wel iets gemeenschappelijks: je behoort tot dezelfde gemeenschap en je deelt het geloof, hoe verschillend ook beleefd.

In het Evangelie van vandaag zegt Jezus: ‘Laten wij met elkaar verbonden blijven, jullie en Ik.’
Hoe kunnen wij met Jezus verbonden blijven? Hoe kunnen wij met God verbonden blijven? Nu vallen Jezus en God niet samen, maar ze zijn wel nauw met elkaar verbonden. In het evangelie van Johannes, waar we vandaag uit lezen, zegt Jezus: ‘Wie mij ziet, ziet de Vader.’ Daarom en omdat de ene mens meer heeft met Jezus, de ander meer met God, gebruik ik de woorden Jezus en God deze keer door elkaar.

Daarnet zijn een paar zaken genoemd als het gaat om verbondenheid. Tijd was daar één van. Veel mensen hebben het druk, zeker als je een baan hebt en een gezin, maar zij niet alleen. Ik dacht: zo dadelijk ben ik met pensioen en dan heb ik meer tijd, maar nu wordt er van verschillende kanten tegen mij gezegd: ‘Reken daar maar niet op. Mensen die met pensioen zijn, hebben het minstens zo druk.’ Of het waar is of niet, de meeste mensen van vandaag komen tijd tekort. Als het geloof voor jou belangrijk is, dan zal je er toch tijd voor moeten maken. Anders kan het gebeuren dat het geloof als zand door je vingers wegsijpelt en haast ongemerkt uit je leven verdwijnt.

Om de verbondenheid met God en Jezus te onderhouden is naast tijd ook aandacht en stilte nodig. Stilte omdat Gods stem vooral dan te horen is. Nu wordt stilte steeds zeldzamer. In de steden is er veel lawaai, het geluid van verkeer, muziek, regelmatig hoor je sirenes van ambulances en politie-auto’s. Hier valt het gelukkig nog mee, maar het is niet alleen drukte en lawaai om ons heen, maar het is ook vaak druk in ons hoofd; dit wil ik nog, dat moet ik nog, even de berichtjes op mijn telefoon checken etc.
Kloosters zijn een plek waar nog stilte te vinden is. Waar het ritme van de dag een aantal keren wordt onderbroken door de getijden, het gezamenlijke gebed. Dat brengt rust in de dag. Voor mensen die erg druk zijn, kan dat heel weldadig zijn. Je kunt er tot je zelf komen.
Dat kan thuis ook: een moment van rust, van stilte inbouwen, maar dat is wel lastiger. Iemand vertelde: ‘Ik probeer tegenwoordig wat eerder op te staan om het eerste half uur van de dag in stilte door te brengen. Dat betekent dat ik om half zeven mijn bed uit stap en helemaal alleen in de huiskamer mijn dag begin. Daarna brood klaarmaken, koffie zetten en nooit de radio of tv aan. De stilte is heilig. Ik bid niet, maar proef aan de dag. Ik noem in gedachten drie woorden die in de komende uren belangrijk zijn en ik vraag aan God of Hij die woorden mee wil dragen. Zo stap ik op de fiets en mijmer nog wat verder. Daarna is er de drukte en de spanning van mijn werk, maar die krijgen nooit helemaal vat op me, omdat de stilte van dat eerste uur mij ruimte en adem blijft geven.’

Voor wie geen ochtendmens is, is halfzeven misschien wel vroeg om zo de dag te beginnen, maar je kunt ook proberen om wanneer je bidt, dat heel bewust te doen. Ik hoor vaak dat mensen niet meer gewend zijn om te bidden voor het eten of voor het slapengaan. Is dat omdat ze bidden op zich niet zinvol vinden? Of omdat bidden vaak heel snel en gedachteloos gebeurt?
Maar als je nu met aandacht bidt?
In het gebed zoek je contact met God. Je kunt Hem voorleggen wat er in je omgaat, wat je ter harte gaat. Je kunt ook het Onze Vader bidden en je door die woorden laten aanspreken. In de Vierkant van deze maand is aandacht besteed aan het Onze Vader. In het nieuwe nummer gebeurt dat opnieuw. Misschien helpt het om de woorden van het Onze Vader bewuster te bidden.
Er zijn meer manieren om tijd te maken voor God en de verbinding te zoeken, maar ik laat dat nu verder rusten.

Het “Aramese Jezusgebed”

Gaan we naar de eerste lezing, het zgn. Aramese Jezusgebed. Dit is niet zoals vaak wordt beweerd oorspronkelijker dan het Onze Vader zoals we dat uit de Evangeliën kennen. Verschillende nieuwtestamentici hebben dat overtuigend aangetoond. Ik heb daarom geaarzeld of ik wel of niet iets over dit gebed zou zeggen, maar het is wel een tekst die mensen van nu aanspreekt en misschien kan helpen de weg naar het bidden te hervinden.

‘Onze Vader die in de hemelen zijt,’ wordt hier ‘Bron van Zijn, die ik ontmoet in al wat mij ontroert.’ In onze tijd is geloven niet gemakkelijk. Dat komt o.a. omdat mensen zich een persoonlijke God moeilijk kunnen voorstellen. Het woord Vader,
zo centraal in ons geloof, de beelden in de kunst, zijn ons vertrouwd, maar we kunnen ze niet zo gemakkelijk meer een plaats geven in ons geloof: God verbeeld als een vader, als een man. Ons geloof is veel abstracter en kent veel meer vragen dan het geloof van de generaties voor ons.
Bron van Zijn, is een stuk abstracter dan Vader. Bij Bron van Zijn heb je niet direct een beeld. Het zegt iets over het mysterie dat God is, onzichtbaar, niet tastbaar, maar wel aanwezig: in alles wat mij ontroert.
Het besef dat de aarde niet door de mens is geschapen, maar ons gegeven is; het besef dat wij mensen het leven niet maken, maar dat het ons gegeven is – in onze tijd van technisch kunnen een belangrijke notie van het geloof! –komt goed tot uitdrukking in deze woorden: Bron van Zijn.
Als wij met God verbonden willen zijn, dan is het nodig om het Geheim dat ons te boven gaat, een naam te geven, zodat je Hem/Haar kunt aanspreken. Jezus doet dat heel vanzelfsprekend en in groot vertrouwen door God Vader te noemen.
Waar voor de een Vader een woord is dat goed past, kan dat voor een ander heel anders liggen. Laten we niet vergeten dat ook in het verleden verschillende namen voor God zijn gebruikt, zoals koning, Heer der Heerscharen, Eeuwige ed. In al die woorden klinkt door wat God betekent voor ons mensen. God als koning, die zorg heeft voor zijn volk, God als Heer der Heerscharen die zijn volk beschermt tegen zijn vijanden, Eeuwige, God die er nu is en er zal zijn.
In Bron van Zijn is die verbinding er ook: die ik ontmoet in al wat mij ontroert. En ook: ik geef U een naam, opdat ik U een plaats kan geven in mijn leven.
Soms zeggen mensen: ik geloof wel dat er Iets is, maar dan is dat Iets niet van invloed op hun leven; hun doen en laten wordt er niet door beïnvloed. Als je gelooft in de God van Jezus en van Israël, dan is dat anders. Dan wil je God een plaats geven in je leven. Dan is het geloof van invloed op hoe je naar de mensen kijkt, hoe je in de wereld staat en is van invloed op je doen en laten. In het Evangelie van vandaag zegt Jezus: Alleen wie met Mij verbonden blijft – zoals Ik met hem – draagt rijkelijk vrucht. Geloven mag en kan niet zonder gevolgen blijven. Geloven en vrucht dragen horen bij elkaar als twee zijden van dezelfde munt.

Vandaag heb ik alleen gesproken over de verbondenheid met Jezus en met God, want daarmee begint het. Het is belangrijk die verbondenheid te onderhouden en het gebed is daarbij behulpzaam, of moet ik zeggen: noodzakelijk?

Als die verbondenheid met God, met Jezus verloren zou gaan,
wat betekent dat dan voor uzelf?
Wat betekent dat voor de kerk?
En wat betekent dat voor de samenleving?

H. van Schalkwijk