Kerken, landbouw en Laudato sí

Onlangs heb ik een werkbezoek gebracht aan een melkveehouderij in Friesland. Het was een bedrijf met ongeveer 75 stuks vee. Er zijn grótere bedrijven tegenwoordig, maar dit bedrijf is nog een echt familiebedrijf. Leven en werken zijn op elkaar betrokken en het gezin en het bedrijf zijn niet los van elkaar te zien. Ik was er op uitnodiging van de Werkgroep Kerken en Landbouw Fryslân. We hebben het bedrijf gezien en over actuele kwesties gesproken. Die zijn er genoeg.

Bedrijfseconomisch staat de landbouwsector behoorlijk onder druk. De prijzen die men voor de melk krijgt zijn nauwelijks gestegen, dus de winst moet gehaald worden uit een grotere productie en een besparing van de kosten. Hiervoor zijn investeringen nodig. Verder komen er vanuit de overheid voortdurend maatregelen die te maken hebben met het milieu en die de kosten weer doen stijgen, terwijl er geen opbrengsten tegenover staan.

De landbouwsector heeft in de media en de politiek geen goed imago. Ze wordt tegenwoordig eerder gezien als vijand van de natuur dan als beheerder van de natuur. Er is een kloof gegroeid tussen het steeds kleiner wordend aantal boeren en de burgers die steeds minder van het boeren- en tuindersbedrijf weten. De sector organiseert open dagen die veel belangstelling krijgen en die de burger de mogelijkheid geven kennis te maken met de bedrijven en de boeren en tuinders als mensen die hun kost verdienen met het produceren van ons voedsel.

Ik denk dat in de agrarische sector het besef toeneemt dat er zo veel mogelijk duurzaam geproduceerd zal moeten worden. Zoveel mogelijk recycling en hergebruik. Een grotere productie alleen is niet zaligmakend, men zal ook moeten letten op kwaliteit en op het behoud van de natuur. Van de andere kant is er ook de burger die – onbewust misschien – eisen stelt aan de voedselproducten in de winkel die voor het milieu niet goed uitpakken. Er wordt nogal wat verspild en er verdwijnt nogal wat verpakkingsmateriaal in de vuilnisemmer.

Over deze problematiek schrijft paus Franciscus in zijn encycliek Laudato sí. De paus heeft een praktische insteek en komt dicht bij de concrete wereld van de mensen. Daarmee daagt hij ons uit. Hij plaatst de milieuproblematiek ook in een groter verband. Het gaat hem niet alleen om het milieu, maar ook om de levenswijze en de moraal van de mensen en om de armoedeproblematiek. Deze aspecten hangen met elkaar samen. De Kerk kan aandacht vragen voor deze grote samenhang en voor het geluk van de mensen nu en straks, hier en wereldwijd. De agrarische sector, de industrie, de politiek én de burger zullen samen de problemen aan moeten pakken en moeten bespreken. Het eerlijkste is om bij jezelf te beginnen en niet meteen te wijzen naar de ander die het moet oplossen. Zo zat ik laatst in de auto en hoorde het nieuws dat de luchtvaart het meest vervuilend is van alle vervoersmiddelen. Ik dacht: ‘gelukkig zit ik in de auto!’ Dit is ook een voorbeeld van hoe wij in ons leven het gemakkelijkste naar anderen kijken in plaats van naar onszelf. De encycliek Laudato sí stelt ons voor een grote uitdaging. De Kerk is niet de instantie om precies aan te geven wie wat moet doen, daarvoor is vakkennis nodig en die is er bij de bedrijfstak en bij de wetenschappers. Maar de Kerk kan wel aangeven dat de problemen niet los gezien kunnen worden van de mens als schepsel én hoogtepunt van de schepping.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden