Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging Aswoensdag, over zegeningen

by | 1 maart 2017 | Nieuws

Eerste lezing: Exodus 17: 1-7
Tweede lezing: Numeri 6: 22-27

Mozes heeft op bevel van God, het volk Israël uit Egypte geleid en nu trekken ze door de woestijn naar het Beloofde Land. Veertig jaar, zo gaat het verhaal, zwerven ze door de woestijn. In de woestijn is het leven hard. Er is weinig voedsel te vinden en waar is er water? Hitte, dorst, honger, Israël heeft het allemaal meegemaakt. In de woestijn gaat het om het naakte bestaan. Zo is in Israël de woestijn een beeld geworden voor een plaats, een tijd waarin je geconfronteerd wordt met de harde kanten van het leven, waar je niet voor weg kunt lopen. De woestijn verbeeldt de plaats, de tijd dat je op jezelf wordt teruggeworpen. Je ervaart de broosheid en kwetsbaarheid van je bestaan. Dan komt de vraag op: waar gaat het om in het leven, in míjn leven?
Zo heeft Jezus dat ervaren, toen hij na zijn doop door Johannes de woestijn introk. Veertig dagen en nachten zou hij er doorbrengen. Daar in de eenzaamheid ontdekte hij wat voor hem het meest wezenlijke was, ontdekte hij de weg die hij had te gaan.
Zo kan de Veertigdagentijd ook voor ons een tocht door de woestijn zijn, als we de tijd nemen om stil te staan bij ons leven. We laten ons niet meer afleiden door allerlei bijkomstigheden, maar vragen ons af: wat is het meest wezenlijke in mijn leven? In ons leven met elkaar? Trek ik daar ook de consequenties uit? Leef ik daarnaar?

Soms lijkt ook de wereld een woestijn. Er is zoveel ellende. Misschien heb je genoeg aan de last die jezelf te dragen hebt, maar daarnaast is er nog zoveel meer ellende en narigheid. Als we denken aan het oorlogsgeweld en de mensen die daarom op de vlucht slaan. Mensen die ook naar Europa komen en hier veiligheid zoeken. Denken we aan armoede. Eén op de tien kinderen in ons land groeit op in armoede. Er zijn zorgen over het klimaat dat verandert en ga zo maar door. Wij  leven in een wereld die soms is als een woestijn. Soms willen we er niet meer over horen en willen we geen beelden er meer van zien. Toch kunnen mensen die geloven, niet hun ogen sluiten voor wat er in de wereld gebeurt, voor de ellende en het onrecht. Maar: om op weg te kunnen blijven, is het ook noodzakelijk om op zoek te gaan naar oases.

In de woestijn zijn er ook oases te vinden. Wanneer je door de woestijn trekt en je komt na lange omzwervingen terecht in zo’n oase, wat is dan het leven goed! Nooit heeft het water zó lekker gesmaakt als deze keer. Je zit in de schaduw van de bomen. Hoe heerlijk is die koelte. Je hoeft niet verder, je komt tot rust. De oase is een plaats waar je ruimte om te leven ervaart. Het is een ruimte die je geschonken wordt. Een oase in de woestijn komen we daar tegen waar we, te midden van alle misère, de goedheid van het bestaan zien oplichten en waar je ziet dat het leven gedijt, waar je iets ervaart van de goede schepping. Al te vaak aanvaarden we het goede als vanzelfsprekend en realiseren we ons niet dat het niet vanzelf spreekt. Hoe zouden we het leven ervaren als we ons daarvan wel bewust waren? Als we God zouden danken omdat je lééft, omdat deze dag je weer gegeven is; omdat je te eten hebt, omdat je een dak boven je hoofd hebt?

En zo zijn er nog veel meer zaken die voor ons vanzelfsprekend zijn en waar wij vaak gedachteloos aan voorbij leven.
Daarom:

als je gezond bent,
besef dát je gezond bent en wees er dankbaar voor;

als je gelukkig bent samen,
besef dát je gelukkig bent en wees er dankbaar voor;

als je lieve kinderen hebt,
besef dát je kinderen lief zijn en wees er dankbaar voor;

als je goede vrienden hebt,
besef dát je goede vrienden hebt en wees er dankbaar voor;

dat we leven in een land waar je kunt zeggen wat je denkt, zonder angst om in de gevangenis te komen,
besef dat en wees er dankbaar voor

dat we leven in een land waar niet de angst voor geweld regeert,
besef dat en wees er dankbaar voor.

De orthodoxe Joden zijn gewoon om bij alles wat ze doen, bij alles wat zich in hun leven voordoet, God te zegenen. Voor ze gaan eten, zeggen ze: ‘Geprezen bent U, Eeuwige, onze God, koning van de Wereld, die brood uit de aarde doet voortkomen.’ Door het uitspreken van de zegenspreuk word je je ervan bewust dat God het is die je het voedsel geeft, dat God de bron is van alle leven.  Dat is vergelijkbaar met bidden voor het eten, zoals dat in onze traditie vroeger gewoon was. Omdat mensen niet altijd meer de zin hiervan begrijpen, laten (veel/weinig?) mensen dit nu vaak achterwege.
Er zijn niet alleen zegenspreuken voor eten en drinken, maar voor allerlei huis-, tuin- en keukenaangelegenheden. Bv. een zegenspreuk als je de regenboog ziet, of de donder hoort. Een zegenspreuk als je een mooi mens ziet of een mismaakt mens. Een zegenspreuk als je de eerste bloesem van een vruchtboom ziet, of als je een slecht bericht krijgt en ga zo maar door. Door op die manier God te zegenen, betrekken ze de Eeuwige bij hun leven, ook bij de gewoonste dingen.

In onze katholieke traditie kenden we vroeger ook veel zegeningen. In het gebedenboek dat ik heb, staan veel zegeningen van dingen, van mensen en dieren. Ze staan in alfabetische volgorde: zegening van een adventskrans, van auto’s, van bejaarden, van dieren, van echtgenoten, van fietsen, van een heiligenbeeld, van een nieuw huis, van mensen die op reis gaan, van pelgrims, van een rozenkrans, van treinen, verkeersmiddelen, vliegtuigen en schepen, het eindigt met zegeningen voor alles wat geschapen is, voor alles wat gemaakt is en voor bijzondere omstandigheden. Bij die zegeningen werd Gods bescherming gevraagd en werden mensen herinnerd aan hun verantwoordelijkheid.  Op die manier werd God betrokken bij allerlei aspecten van het leven.
Tegenwoordig wordt er niet zoveel meer gezegend. Een auto zegenen?? De autofabrikanten moeten zorgen voor veilige auto’s, de overheid moet zorgen voor veilige wegen en de bestuurder moet verantwoord rijden. In de beleving van mensen nu helpt dat beter dan een zegen of een plaatje van Christoffel in de auto. En dat kan zijn, maar het is ook een verlies, want met het verdwijnen van de zegeningen, lijkt ook God verdwenen uit het leven van alledag.

Toch zou het goed zijn, zo meen ik, als zegenen opnieuw een plaats zou krijgen in het leven. Als wij alles wat werkelijk goed is in het leven, wat heilzaam is, kunnen zegenen. Niet met het gebaar van de zegening door de pastor, met wijwater, maar zegenen als zeggen dat het goed is, de hoop uitspreken dat het goed mag gaan, bevestigen dat het goed is wat die ander doet. Dat lijkt gemakkelijker dan het is, want we hebben ook negatieve ervaringen en dan zeggen we: ‘dat kan hij nu wel zeggen, maar..’ Om te kunnen zegenen, is het nodig om niet bitter te worden door teleurstellingen, om door gemis en tekort niet te verzuren, om door de pijn door anderen jou aangedaan, niet te vervallen in rancune en zelfbeklag, maar oog te houden voor wat goed is, om een positieve instelling te houden. Het is soms als een trekken door de woestijn op zoek naar oases.

We zouden elkaar kunnen bevestigen en vaker dan we gewoon zijn, kunnen zeggen: ‘wat fijn dat je er bent.’ We zouden vaker onze waardering kunnen uitspreken voor wat die ander doet. Niet alleen naar je naasten toe, maar misschien ook naar mensen toe als bv. leerkrachten, mensen in de zorg, politiemensen, bestuurders, politici, anderen?
Als we dat doen, is er ook ruimte voor onderlinge kritiek die we even hard nodig hebben als bevestiging.

Zegenen, wij hebben het gehad over de Joden die bij alles wat ze doen zeggen: de Eeuwige, gezegend zij Hij. Wij hebben het gehad over het zegenen van mensen, dieren en dingen, zoals dat vroeger bij ons gebruikelijk was. Wij hebben het ook gehad over het zegenen  zoals wij dat in onze tijd zouden kunnen doen: iets goeds zeggen van de ander, tot de ander, het goede in de ander zien en het goede bevestigen. Dit alles heeft zijn grond in het zegenen van God. God heeft deze wereld geschapen en Hij heeft deze wereld goed geschapen. Het kwaad is in de wereld gekomen en de gevolgen zien we daarvan alle dagen om ons heen. Toch geloven wij dat God het goede voor heeft met onze wereld. De Schrift getuigt  daarvan, elke keer weer. God is het die het kwaad door het goede wil overwinnen. God is het die onze wereld behoedt en zegent. Dat heeft Jezus ons geleerd en er met zijn leven en dood van getuigd.

Het is gemakkelijk om je te laten meenemen door de ontevredenheid, het wantrouwen en de negatieve sfeer die er in onze samenleving heerst, maar vandaag worden wij opgeroepen tot omkeer. Zijn wij in staat om niet mee te gaan in die negatieve sfeer? Zijn we dankbaar voor wat ons gegeven is: eten, een dak boven ons hoofd, liefde, vriendschap; te leven in een veilig en welvarend land? Zijn we in staat om het goede te zien: het goede in de ander,  het goede in onze samenleving, dat te bevestigen en te versterken?

Kan dat een oase zijn op onze tocht door de woestijn: ons gezegend weten en anderen tot zegen zijn?

H. van Schalkwijk