Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging doopviering 5 maart

by | 5 maart 2017 | Nieuws

Eerste zondag van de Veertigdagentijd
In deze viering werden Aram, Roys en Celina gedoopt
Eerste lezing: tekst van Aram
Evangelielezing: Johannes 15: 1-17

Het is de eerste zondag van de Veertigdagentijd en dan lezen we gewoonlijk over Jezus die in de woestijn is en daar op de proef wordt gesteld door de duivel, maar omdat het vandaag zo’n bijzondere dag is, nu Aram en haar kinderen in onze gemeenschap worden opgenomen, heb ik haar gevraagd of er een lezing was die zij voor deze dag zou willen uitkiezen. Het is dus een lezing geworden uit het Evangelie van Johannes. Niet een heel gemakkelijke lezing, want Johannes zegt de dingen vaak een aantal keren en dan steeds een beetje anders. Als je het vlug leest, dan gaat het je soms duizelen.

Het is een lezing die heel goed aansluit bij wat Aram vertelde, toen zij zich voorstelde. De eerste keer dat ze hier in de kerk kwam, ging het ook over een lezing uit Johannes. En verder eindigde ze met deze zin: ‘Ik hoop dat het geloof mij liefde geeft om anderen te beminnen.’
Bij Johannes gaat het ook over de liefde: de liefde tussen God en Jezus, tussen Jezus en zijn leerlingen, zoals in de lezing die we zojuist gehoord hebben, en de liefde van God voor de wereld. Liefde is een van de kernwoorden bij Johannes.

Veel mensen struikelen juist hierover. ‘Als God de wereld en de mensen liefheeft, waarom gebeuren er dan zoveel verschrikkelijke dingen?’ vragen ze. Dat maakt hen aan het twijfelen, dat maakt dat ze zich afwenden van het geloof en van God. Ze kunnen dat niet rijmen: deze wereld met al het geweld en het onrecht met een God van liefde.
Gelovige mensen hebben daar geen echt antwoord op. Ook zij worstelen met de vraag naar het kwaad, maar zij blijven desondanks hun vertrouwen op God stellen. En toch, zo zeggen ze, geloven we dat God onze wereld niet laat vallen. Dat vertrouwen helpt hen om het uit te houden. Zoals Aram dat verwoordt: ‘Ik hoop dat het geloof mij de hoop geeft om het lijden te dragen.’ De hoop op God, de hoop dat het kwaad voorbij zal gaan en dat het goede het zal winnen.

Het geloof staat ook onder druk, omdat veel mensen in onze omgeving niet geloven. Zoals die parochiaan die niet langer geloofde en tegen mij zei: ‘Het verstand heeft gewonnen.’ Ik kwam hem tegen in de trein van Zuidhorn naar Groningen en de reis was tekort om daar verder op in te gaan. Anders had ik hem zeker ook niet op andere gedachten kunnen brengen, maar ik ben ervan overtuigd dat je ook mèt verstand kunt geloven.

Ik wil maar zeggen: het is in onze tijd niet zo gemakkelijk om te geloven en daarom is het goed als je deel uitmaakt van een gemeenschap. Er zijn mensen die zeggen: ‘Om te geloven heb ik de kerk niet nodig.’ Mísschien is het niet noodzakelijk, maar de gemeenschap kan je in ieder geval helpen om je geloof te versterken en te verdiepen. Door samen te vieren of door met elkaar in gesprek te gaan over geloven. Opvattingen van andere parochianen verschillen misschien van die van jou en dat kan schuren, maar dat voorkomt ook dat je je geloof teveel vormt naar eigen behoeften en wensen.

Als ik met ouders van Eerste Communicantjes of van Vormelingen spreek, dan worden er soms bijzondere ervaringen gedeeld en mooie dingen gezegd over geloven en wat dat betekent. Zo schreef iemand een keer:

geloven is niet weten
geloven is niet meten,
geloven is voelen,
geborgen voelen,
geholpen voelen,
gesteund voelen,
gemeenschap voelen.

In het Evangelie van vandaag zegt Jezus: ‘Draag veel vrucht. De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en jullie mijn leerlingen zijn.’ Gods Naam wordt geheiligd als mensen het goede doen. In de kerk zien wij dat terug in mensen die bereid zijn anderen te helpen en altijd klaar staan voor een ander: ze brengen mensen naar het ziekenhuis, helpen met klusjes of met de tuin, gaan op bezoek ed. Soms is het een opgave, maar het kan ook heel plezierig zijn en voldoening geven. Het goede doen kan op heel verschillende manieren. Zo steunen we als parochie in de Vastentijd altijd een project elders in de wereld.

Dit keer zijn het projecten in El Salvador. – Volgende week hoort u daar veel meer over -, maar daar in El Salvador is er buitengewoon veel geweld door drugsbendes en criminaliteit. Er vallen veel doden. Het lijkt een hopeloze strijd om daar iets tegen te beginnen en toch zijn er mensen die zich inzetten om kinderen en jongeren buiten die bendes te houden. Ik heb veel respect voor de mensen die dat doen. Het laat zien dat het geloof mensen de kracht kan geven om het goede te doen. – daarmee wil ik uiteraard niet gezegd hebben dat mensen die niet geloven, zich niet zouden willen inzetten voor anderen. – maar wel: geloven vraagt je om het goede te doen, daagt je daartoe uit en het kan je ook de kracht geven om het te doen.

Kerken zijn er in veel soorten en maten. Ze leggen allemaal hun eigen accenten. Aram was eerst een aantal jaren bij een baptistengemeente. Daar heeft ze veel geleerd over het christelijke geloof. Er waren veel onderlinge contacten en er was veel aandacht en zorg voor elkaar. Een sterk punt lijkt mij zo. In onze parochie ligt dat iets anders. Bij ons is het – hoe zal ik het zeggen? – vrijblijvender. Of je nu vaak of weinig hier komt, je bent altijd even welkom. Dat is mooi, maar als je niet vaak hier bent, raak je ook gauw uit zicht. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille. Wanneer hoor je er nu bij? Of beter: wanneer heb je het gevoel: ik hoor erbij?
Zoiets simpels als koffiedrinken na de viering versterkt het gevoel dat je deel uitmaakt van deze gemeenschap. Dan is het overigens wel te hopen dat anderen je zien en ook eens een praatje met je beginnen. Daar mogen we in onze parochie nog wel wat meer aandacht aan geven. Dus de mate van betrokkenheid lijkt me wel een verschil.

Een ander verschil met de baptisten en ook met Evangelische christenen is de kijk op de bijbel. In onze katholieke kerk was er vroeger weinig aandacht voor de bijbel, maar na het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren zestig van de vorige eeuw, veranderde dat. Toen heeft de kerkleiding beseft hoe belangrijk de bijbel is als bron van ons geloof. Van lieverlede is er ook een ander zicht gegroeid op de bijbel. Dat kwam o.a. doordat men meer kennis kreeg over het ontstaan van de bijbel en men ook meer te weten kwam over de tijd waarin de bijbelverhalen zich afspelen. Je zou kunnen zeggen dat de bijbel een boek is vol verhalen van God en de mensen. De bijbelschrijvers hebben hun ervaringen met God opgeschreven. Dat hebben ze gedaan in de taal van hun tijd, met de beelden uit hun tijd. Hoe zou het ook anders kunnen?

Nu leven we in een heel andere tijd, maar daarmee is de bijbel niet minder waardevol. Het is alleen wel van belang daar rekening mee te houden. We kunnen m.i. niet zeggen: ‘Zo staat het in de bijbel’ en daarmee is de kous af. Wat staat er, wat hebben de bijbelschrijvers daarmee bedoeld? En wat is daarvan het belang voor ons nú? Dat maakt het moeilijker, maar ook boeiender. De bijbel is een boek van lang geleden, maar soms is het ook heel actueel. Laatst hebben we een paar verzen gelezen uit Leviticus over de vreemdeling. Zo staat er: Wanneer er vreemdelingen in uw land wonen, moet u die niet slecht behandelen. Vreemdelingen hebben dezelfde rechten als een geboren Israëliet. U moet hen beminnen als uzelf, want u bent zelf vreemdeling geweest in Egypte.’ Wat heeft ons dat te zeggen over de vreemdeling in ons land? En wat houdt dat in: niet slecht behandelen? Moeten de vreemdelingen dezelfde rechten krijgen als de mensen die hier geboren zijn? Of als mensen die hier al generaties lang wonen?? Dat zijn vragen waar het goed is om met elkaar over te hebben.

Ik meen oprecht dat een geloofsgemeenschap een goede plek is om je geloof met anderen te vieren, om je geloof te verdiepen en ik zou wensen dat iedereen zich hier thuis voelt en geborgen voelt. Jij, Aram, maakt al deel uit van deze gemeenschap, omdat je hier al vaak bent geweest, je ook meedoet met verschillende dingen. Je bent al gedoopt bij de baptisten. Het is niet dat je over gedoopt wordt, maar het is eerder een bevestiging en teken van de verbondenheid met deze gemeenschap die er gegroeid is in het afgelopen jaar. Door de doop bij de baptisten maakte je al deel uit van de christelijke gemeenschap. Voor alle christenen is Jezus Christus de weg naar God. Toen je de eerste keer hier in de kerk kwam, ging het over deze woorden die de evangelist Johannes Jezus in de mond legt: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven en niemand komt tot de Vader dan door mij.’

Johannes is gegrepen door Jezus. De boodschap van Jezus heeft hem zo diep geraakt dat voor hem Jezus de weg, de waarheid en het leven is. Dat wil hij duidelijk maken aan de mensen voor wie hij zijn Evangelie schrijft. Dat wil niet zeggen dat er ook geen andere wegen naar God zijn, maar voor Johannes is Jezus dé weg. Johannes benadrukt sterker dan de andere Evangelisten de nauwe band tussen Jezus en God. Als je Jezus ziet, zie je God, zegt Johannes. Hij bedoelt daarmee niet te zeggen dat God en Jezus samenvallen, wel dat er een heel hechte band tussen hen is.

Het trof mij wat Aram zei. Ze vertelde dat het zo moeilijk was in de tijd dat zij en haar familie uit Iran weggingen en dat ze daardoor haar vertrouwen in God kwijtraakte en aan zijn bestaan begon te twijfelen. En dan zegt ze: ‘Na een tijd merkte ik dat ik niet alleen God kwijt was, maar ook een stuk van mijzelf.’ —
Deze woorden hielpen mij om de band tussen Jezus en God dieper te verstaan. De band tussen hen was zo hecht, dat voor Jezus een leven zonder God onvoorstelbaar moet zijn geweest. Als hij God zou kwijtraken, zou hij zichzelf verliezen. Zo wezenlijk was die relatie met God voor hem. Zo wezenlijk kan die relatie met God zijn voor een mens.

Ik wil eindigen met de woorden van de parochiaan die ik aan het begin aanhaalde:

geloven is niet weten
geloven is niet meten,
geloven is voelen,
geborgen voelen,
geholpen voelen,
gesteund voelen,
gemeenschap voelen.

Is zo het geloof voor u?

H. van Schalkwijk