Jozefgemeenschap

Bezinning

Overweging Paaswake, 15 april

15 april 2017 | Nieuws

Eerste lezing: Genesis 1
Tweede lezing: Exodus 14
Derde lezing: Mattheus 28: 1-10

Alle vier de Evangelisten vertellen hoe de vrouwen bij het aanbreken van de dag naar het graf gaan. Daar ontdekken ze dat het graf leeg is. Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes vertellen het ieder op hun eigen manier. Mattheüs maakt er een indrukwekkend gebeuren van: plotseling is er een zware aardbeving; een engel daalt uit de hemel neer: zijn uiterlijk schittert als een bliksemschicht, zijn kleding is wit als sneeuw.  Mattheüs maakt duidelijk: hier gebeurt iets heel uitzonderlijks: hemel en aarde zijn erbij betrokken.

Kijken we nu naar het hongerdoek. Op het eerste gezicht denk je: Ik zie hier twee mensen die elkaar aankijken en die hun handen op elkaars schouders hebben gelegd. Maar er is meer aan de hand. Ook hier zijn aarde en hemel erbij betrokken. De kunstenaar is Chidi Kwubiri. In Nigeria, het land waar Kwubiri geboren is en opgegroeid,  zijn twee grote rivieren: de Niger en de Benue die bij Lokoja samenkomen. Het water van de Niger is okergeel en het water in de andere rivier is groenblauw. Die kleuren vinden we terug in het hongerdoek. Groen en geel staan voor groei en leven. Geel verwijst als de kleur van goud ook naar God en vormt zo een brug tussen het natuurlijke en het goddelijke. In alle leven zit een vonk van het Goddelijke.

Niet alleen de kleur is van belang, maar ook de techniek die de kunstenaar heeft gebruikt: de dripping techniek. Het zijn allemaal spatjes verf die de indruk wekken dat je een blik werpt in een eindeloos heelal met ontelbare sterren. ‘God schiep de hemel en de aarde,’ zo hoorden wij eerder deze avond. Hij schiep de zon en de maan en de talloze sterren. Tegelijk zien we in de stipjes de kleinste vormen: de atomen waaruit onze wereld en ook wijzelf zijn opgebouwd. De kleuren, de stipjes maken duidelijk: dit is de wereld waarin wij leven. Wij zijn verbonden met deze wereld, maken er deel van uit..

Wij vieren vandaag het leven. Het leven van ons mensen is verbonden met de natuur. Het is als met een spinnenweb: als het web op één plek trilt, dan voel je dat in en over het hele web. De heelheid en het behoud van de aarde die God geschapen heeft en die Hij ons gegeven heeft om er met allen te leven, is dan ook de verantwoordelijkheid van ons allen.

De titel die de kunstenaar aan het doek heeft meegegeven, luidt: Ik ben omdat wij zijn. Het verwijst naar een Afrikaans gezegde: ‘Ik ben omdat jij bent en jij bent, omdat wij zijn.’ Het drukt uit dat wij mensen altijd anderen nodig hebben en dat wij op elkaar aangewezen zijn. Geen mens is een eiland. In onze samenleving is dat besef van op elkaar aangewezen zijn, van wederkerigheid, onder druk komen te staan, omdat wij vooral autonoom en zelfredzaam moeten zijn. Het kan, als je daarin niet mee kunt gaan, leiden tot een gevoel van mislukt zijn, van eenzaamheid. Je krijgt het gevoel niet gezien, niet gehoord te worden.

Op het hongerdoek zien wij mensen die elkaar aankijken, die zíen en gezien worden. Ze zijn verschillend, de ene in het groene vlak en de ander in het gele met daartussen een smalle strook wit. We hoeven het niet te ontkennen: mensen zijn verschillend. Het maakt verschil of je gezond of ziek bent, of het je goed gaat of dat je veel tegenslag hebt, of je man of vrouw bent en ga zo maar door. We zijn verschillend en de vraag wordt dan: hoe kijk je naar de ander? Die smalle strook wit tussen de twee vormt een grens. Zullen ze die kunnen overbruggen? Ze zijn verschillend, maar aan de andere kant: de mensen op het hongerdoek lijken wel op elkaar. Ze hebben de handen op elkaars schouders gelegd en kijken elkaar aan. Ze kijken niet weg, ze willen van elkaar horen: ‘Wat beweegt je? Waar ben je bang voor? Wat hoop je?’ En dan blijkt dat ze toch niet zo verschillend zijn als ze eerst hadden gedacht.

De armen en de handen nemen de kleur van de ander aan. Ze leren de ander en de wereld van die ander beter kennen en naarmate dat gebeurt, wordt die ander minder vreemd, meer vertrouwd. Ze zijn op ooghoogte. De een hoeft niet op te kijken naar de ander, omdat die groter, belangrijker is. En de ander kijkt niet neer op degene die minder heeft, die misschien hulp nodig heeft. Ze respecteren elkaar. Op die manier gaan ze de grens over. Er is wederzijds geven en ontvangen en zo groeit de betrokkenheid op elkaar.

Vandaag vieren wij het leven, het leven met elkaar. We hebben elkaar nodig, want alleen samen kunnen wij werken aan een wereld waarin mensen in vrede en vrijheid met elkaar kunnen leven. Hoe zeer is daaraan behoefte in de wereld van vandaag!

Terug naar het Evangelie. De vrouwen bij het graf hebben de boodschap van de engel gehoord: ‘Wees niet bevreesd. De Heer leeft! Zeg het aan de andere leerlingen dat ze naar Galilea moeten gaan. Daar zullen ze Hem zien’ De vrouwen gaan, zo zegt Mattheüs, vol angst en met grote vreugde op weg om het de andere leerlingen te vertellen. Dan onderweg ontmoeten ze Jezus zelf. En opnieuw horen ze: ‘Wees niet bevreesd. Zeg het aan de andere leerlingen dat ze naar Galilea moeten gaan. Daar zullen ze Mij zien.’

Waar zullen wij heen moeten gaan om Jezus te zien? Als we nu opnieuw naar het hongerdoek kijken: stel u voor dat degene in het gele/gouden vlak Jezus is en u bent de ander. U heeft de handen op zijn schouders gelegd en kijkt hem aan.

Hij is nu heel dichtbij.
Er zijn er die zeggen dat hij de Zoon van God is, iemand die over bijzondere krachten beschikt, iemand die ons de weg naar God kan wijzen.
Wie ziet u als u Jezus in de ogen kijkt?

Anderen vertellen over hem dat hij bewogen is om mensen die het moeilijk hebben dat hij oog en oor voor hen heeft. Velen zeggen zich door hem getroost en gesteund te voelen.
Wie ziet u als u Jezus in de ogen kijkt?

Er zijn er ook die zeggen dat hij een moeilijke boodschap brengt, omdat hij in al zijn zachtmoedigheid zo radicaal is. Hij vraagt van zijn leerlingen om de minste te durven zijn; om mensen te vergeven die je kwaad hebben gedaan; om af te zien van geweld.
Wie ziet u als u Jezus in de ogen kijkt?

Jezus heeft zijn handen op uw schouders gelegd en hij kijkt u aan.
Wat ziet Jezus als hij u aankijkt?

Er wordt van hem verteld dat hij veel mensenkennis heeft, dat hij hun zwakheden en hun tekortkomingen kent. Hoe voelt dat als hij u zo rechtstreeks aankijkt? Voor hem kan je niets verbergen. Hij is een van die mensen die door de buitenkant heen ziet, die ziet wie je werkelijk bent.
Voelt het ongemakkelijk? Zou u het liefst wegkijken?
Of voelt het als een bevrijding? Niet langer de schijn te hoeven ophouden.
Wie ziet Jezus als hij u aankijkt?

Hij is iemand die steeds weer een beroep doet op wat goed is in een mens. Hij heeft het vermogen om in elke mens een kind van God te zien. Als wij Jezus in de ogen hebben gekeken en Hij ons heeft aangekeken en er een ontmoeting is geweest, nu of ooit, dan weten wij:  Hij is niet dood, Hij leeft!

Als wij weten, niet alleen met ons hoofd, maar ook met ons hart, dat hij in u, in u en in u, in ieder van ons een kind van God ziet, als wij dat ook durven beamen, dan zullen wij léven! Dan zullen we zingen, dansen, gelukkig zijn en zeggen onze God doet wonderen, God in ons midden, Gij onze vreugde!

H. van Schalkwijk