Vrede begint met waardigheid: een wereldwijde oproep om mensenhandel te beëindigen
Beste broeders en zusters,
Ter gelegenheid van de 12e Werelddag van Gebed en Bewustwording tegen Mensenhandel
hernieuw ik met kracht de dringende oproep van de Kerk om deze ernstige misdaad tegen de
menselijkheid onder ogen te zien en te beëindigen.
Dit jaar wil ik in het bijzonder de groet van de Verrezen Heer in herinnering brengen: “Vrede zij u”
(Johannes 20, 19). Deze woorden zijn meer dan een begroeting; zij wijzen ons de weg naar een
vernieuwde mensheid. Ware vrede begint met de erkenning en bescherming van de door God
geschonken waardigheid van iedere mens. Toch zien we, in een tijd die gekenmerkt wordt door
toenemend geweld, dat velen geneigd zijn vrede te zoeken met wapens als voorwaarde om de
eigen heerschappij te doen gelden (Toespraak tot het Diplomatiek Corps geaccrediteerd bij de
Heilige Stoel, 9 januari 2026). Bovendien wordt in conflictsituaties het verlies van mensenlevens
door oorlogsvoerders al te vaak afgedaan als “nevenschade”, opgeofferd aan politieke of
economische belangen.
Helaas voedt dezelfde logica van overheersing en minachting voor het menselijk leven ook het
kwaad van mensenhandel. Geopolitieke instabiliteit en gewapende conflicten vormen een
vruchtbare bodem voor mensenhandelaars om de meest kwetsbaren uit te buiten, vooral
ontheemden, migranten en vluchtelingen. Binnen dit gebroken denkkader worden vrouwen en
kinderen het zwaarst getroffen door deze afschuwelijke handel. Daarnaast dwingt de groeiende
kloof tussen arm en rijk velen in precaire omstandigheden, waardoor zij vatbaar worden voor de
misleidende beloften van ronselaars.
Bijzonder verontrustend is de opkomst van zogenoemde cyberslavernij, waarbij mensen worden
verleid tot frauduleuze praktijken en criminele activiteiten, zoals online fraude en drugssmokkel.
In zulke gevallen wordt het slachtoffer gedwongen zelf dader te worden, wat de geestelijke
wonden nog verdiept. Deze vormen van geweld zijn geen op zichzelf staande incidenten, maar
symptomen van een cultuur die vergeten is lief te hebben zoals Christus liefheeft.
In het licht van deze ernstige uitdagingen wenden wij ons tot gebed en bewustwording. Gebed is
het “kleine vlammetje” dat wij te midden van de storm moeten bewaken; omdat het ons de
kracht geeft om ons te verzetten tegen onverschilligheid ten opzichte van onrechtvaardigheid.
Bewustzijn stelt ons in staat om de verborgen mechanismen van uitbuiting te herkennen, in
onze buurten en in de digitale wereld. Uiteindelijk kan het geweld van mensenhandel alleen
worden overwonnen door een vernieuwde visie die iedere mens ziet als een geliefd kind van
God.
Ik wil mijn oprechte dank uitspreken aan allen die als de handen van Christus slachtoffers van
mensenhandel nabij zijn, waaronder internationale netwerken en organisaties. Ook wil ik mijn
waardering uitspreken voor de overlevenden die zich inzetten als pleitbezorgers voor andere
slachtoffers. Moge de Heer hen zegenen om hun moed, trouw en onvermoeibare inzet.
Hiermee vertrouw ik allen die deze dag gedenken toe aan de voorspraak van de heilige Jozefine
Bakhita, wier leven een krachtig getuigenis is van hoop op de Heer die haar tot het einde toe
heeft liefgehad (vgl. Johannes 13, 1). Laten wij samen op weg gaan naar een wereld waarin vrede
niet slechts de afwezigheid van oorlog is, maar “ongewapend en ontwapenend”, geworteld in
volledig respect voor de waardigheid van ieder mens.
Vanuit het Vaticaan, 29 januari 2026
Paus Leo XIV

